Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200507394/2

Uitspraak 200507394/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU4141
Datum uitspraak
4 oktober 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Werkendam (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van 7 woningen met bijbehorende voorzieningen op het perceel [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200507394/2.
Datum uitspraak: 4 oktober 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. 05/1598 WRO VV en 05/1601 WRO van de rechtbank Breda van 9 juni 2005 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Werkendam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 december 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Werkendam (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van 7 woningen met bijbehorende voorzieningen op het perceel [locatie] te [plaats].

Bij besluit van 1 april 2005 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juni 2005, verzonden op 5 juli 2005, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank), voorzover thans van belang, het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 15 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 7 september 2005 hebben verzoekers de gronden van het verzoek ingediend.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 september 2005, waar verzoekers, in de persoon van [gemachtigde], bijgestaan door ing. A. van Belle, en het college, vertegenwoordigd door J. van den Berg, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door ir. C.J. Plompen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers hebben om schorsing van de verleende vrijstelling en bouwvergunning verzocht, vanwege schade aan hun woning. Die schade is volgens verzoekers het gevolg van trillingen door bouwverkeer.

2.2.1. Ter zitting is gebleken dat de in het vrijstellingsbesluit voorziene ontsluitingsweg eerst over ongeveer driekwart jaar zal worden aangelegd. De tijdelijke bouwweg die achter de woning van verzoekers loopt is niet voorzien in dit besluit. Dat besluit strekt ook anderszins niet tot toestemming voor het gebruik van de achter de woning van verzoekers liggende gronden voor bouwverkeer. De werkzaamheden ter uitvoering van het bouwplan staan in deze procedure niet ter beoordeling.

2.3. Gelet op het voorgaande, bestaat geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Van den Ende
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2005

275.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon