Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200506832/1

Uitspraak 200506832/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU2116
Datum uitspraak
29 augustus 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 11 juli 2005 heeft verweerder aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb).
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200506832/1.
Datum uitspraak: 29 augustus 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers] wonend te [woonplaats],

en

Het college van burgemeester en wethouders van Spijkenisse,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 juli 2005 heeft verweerder aan verzoekers een last onder dwangsom opgelegd wegens het overtreden van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb).

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.
Bij brief van 1 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 4 augustus 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 augustus 2005, waar verzoekers, in persoon en bijgestaan door mr. A. Bakker, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. F.C. Polet, ing. F.H. Jansen en R. van de Kasteele, ambtenaren van de milieudienst Rijnmond, en mr. J.J. Dorsman, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In artikel 5:20, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een ieder verplicht is aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

2.2. Verzoekers voeren primair aan dat de medewerkingplicht van artikel 5:20 van de Awb uitsluitend mag worden toegepast in het kader van toezicht op de naleving van een vergunning en niet, zoals hier volgens hen is gebeurd, voor het verwezenlijken van (planologische) beleidsdoeleinden. Zij wijzen er bovendien op dat hun inrichting geen EV-knelpunt (knelpunt op het gebied van externe veiligheid) is, waarvoor in het kader van sanering een convenant is opgesteld tussen de Minister van Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de brancheorganisatie.

2.3. Verweerder heeft het dwangsombesluit genomen omdat verzoekers geweigerd hebben de doorzetgegevens te verstrekken, waarom verweerder verzocht heeft ter uitvoering van artikel 4 van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (hierna te noemen: BEVI). Op grond van dit artikel moet voor LPG-tankstations met een doorzet van minder dan 1.500 m3 LPG, voor toetsing aan de normen voor de externe veiligheid, worden uitgegaan van een standaardbenadering. Deze standaardbenadering voldoet niet voor LPG-tankstations met een vergunde jaarlijkse doorzet van meer dan 1.500 m3. Voor deze categorie moet een kwantitatieve risicoanalyse worden opgesteld.

In de uit 1993 daterende milieuvergunning staat niet vermeld wat de doorzet LPG is van het onderhavige bedrijf. Verweerder heeft samen met DCMR besloten op basis van de "Programmafinanciering externe veiligheid" de milieuvergunningen van LPG-tankstations in het Rijnmondgebied te actualiseren, in die zin dat de huidige en feitelijke doorzet in de vergunning wordt vastgelegd. Hiertoe vragen zij de LPG-tankstations om overlegging van de LPG-doorzet van de jaren 2001-2004.

2.4. Naar het oordeel van de Voorzitter is niet staande te houden dat het verlangen van gegevens in het kader van een actualiseringsplicht van de vergunning niet begrepen kan worden onder toezicht in de zin van de Awb. De Voorzitter acht de weigering van verzoekers dan ook in strijd met artikel 5:20, eerste lid, van de Awb. Dit is niet anders indien de inrichting kennelijk geen knelpunt is in de zin van het eerdergenoemde convenant.

2.5. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.6. Verzoekers voeren aan dat handhaving in dit geval niet redelijk is. Zij wijzen er hiertoe op dat geheimhouding van de litigieuze gegevens noodzakelijk is om geen achterstandpositie te verwerven ten opzichte van de concurrentie. Publicatie van de doorzetcijfers kan een nadelige invloed hebben op de concurrentiepositie en uiteindelijk zelfs op het voortbestaan van de inrichting, aldus verzoekers.

2.6.1. Ter zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat appellanten aan de last mogen voldoen door het overleggen van een accountantsverklaring, waaruit blijkt of het onderhavige LPG-station een doorzet van meer of minder dan 1.500 m3 LPG heeft. Openbare publicatie van meer omvattende gegevens is evenmin noodzakelijk, aldus verweerder.

2.6.2. Gelet op het vorenstaande ziet de Voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.6.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr.drs. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2005

157-484


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon