Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200500141/1

Uitspraak 200500141/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT9655
Datum uitspraak
20 juli 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 december 2004, kenmerk WF2004/16456, heeft verweerder krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren aan het college van burgemeester en wethouders van Boarnsterhim een vergunning onder voorschriften verleend voor het lozen van grondwater op het oppervlaktewater. Dit besluit is op 17 december 2004 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Oppervlaktewateren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200500141/1.
Datum uitspraak: 20 juli 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], beide wonend te [woonplaats],

en

het dagelijks bestuur van het waterschap Fryslân,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2004, kenmerk WF2004/16456, heeft verweerder krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren aan het college van burgemeester en wethouders van Boarnsterhim een vergunning onder voorschriften verleend voor het lozen van grondwater op het oppervlaktewater. Dit besluit is op 17 december 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brieven van 5 januari 2005 en 24 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 5 januari 2005 respectievelijk 27 januari 2005, beroep ingesteld.

Bij brief van 4 april 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juni 2005, waar appellant Vrouwe in persoon is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ter zitting is gebleken dat verweerder appellanten bij brief van 22 juni 2005 heeft bericht dat besloten is de op 9 december 2004 verleende vergunning in te trekken en het bestreden besluit te vervangen door een nieuw besluit, omdat het volgens hem bij nader inzien beter is wanneer de procedure vanaf het indienen van een aanvraag opnieuw wordt doorlopen.

2.2. Nu verweerder zich in voormelde brief op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gevormd en dat het besluit tot intrekking van voormelde vergunning inmiddels is bekendgemaakt, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.3. Verweerder dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het dagelijks bestuur van het waterschap Fryslân van 9 december 2004, kenmerk WF2004/16456;

III. veroordeelt het dagelijks bestuur van waterschap Fryslân tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 414,70 (zegge: vierhonderdveertien euro en zeventig cent); het dient door het waterschap Fryslân aan appellanten onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IV. gelast dat het waterschap Fryslân aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 (zegge: honderdzesendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Sparreboom
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2005

349.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon