Uitspraak 200501590/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2005:AT8732
- Datum uitspraak
- 24 juni 2005
- Inhoudsindicatie
- 590/2.
- Voorlopige voorziening
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
200501590/2.
Datum uitspraak: 24 juni 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], en anderen, allen wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 24 juni 2005, 10.00 uur.
Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.C.K.W. Bartel
Ambtenaar van Staat: E.J. Nolles
Jurist: mr. P.F.W. Tuit
Verschenen:
verzoekers, in de persoon van [verzoeker];
de gemeenteraad van Werkendam, vertegenwoordigd door M. Bosch en
J. van den Berg, ambtenaren van de gemeente,
en D. Kusters, vertegenwoordigd door mr. O.W. Wagenaar, gemachtigde.
Verweerder is met bericht van afwezigheid niet verschenen.
1. Procesverloop
De Voorzitter stelt vast dat het verzoek betrekking heeft op het besluit van 28 december 2004, kenmerk 1019322, waarbij verweerder goedkeuring heeft verleend aan het bestemmingsplan "Reparatieherziening kern Sleeuwijk [locatie]", alsmede dat verzoekers tegen dit besluit bij brief van 16 februari 2005, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2005, beroep hebben ingesteld en dat bij brief van 8 juni 2005, bij de Raad van State ingekomen op 9 juni 2005, verzoekers de Voorzitter hebben verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 28 december 2004, kenmerk 1019322;
II. gelast dat de provincie Noord-Brabant aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.
Daartoe overweegt hij het volgende.
Blijkens het verhandelde ter zitting heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt tegen de verlening van de bouwvergunning voor de in het plan voorziene loods. Dit bezwaar zal op 22 augustus in de Commissie van advies voor bezwaar- en beroepschriften worden behandeld. Naar verwachting zal het college van burgemeester en wethouders enkele weken daarna een beslissing op het bezwaarschrift nemen.
De behandeling van de bodemzaak is geagendeerd voor de zitting van
21 juli 2005. Gezien deze agendering en de geschetste voortgang in de procedure inzake de bouwvergunning acht de Voorzitter het geboden dat de behandeling van het beroep in de bodemprocedure kan plaatsvinden zonder dat tevoren door de verlening van een bouwvergunning onomkeerbare gevolgen zijn ingetreden. Daarbij acht hij het niet aannemelijk dat de belangen van de vergunninghouder worden geschaad door schorsing van het bestreden besluit tot het moment waarop een uitspraak in de bodemzaak openbaar wordt gemaakt. De Voorzitter acht het onder deze omstandigheden dan ook geraden de uitspraak in de bodemzaak, in welk kader een volledig onderzoek naar de op de zaak betrekking hebbende feiten en omstandigheden kan plaatsvinden, af te wachten en ziet aanleiding een ordemaatregel te treffen.
Zoals de Voorzitter ter zitting nader heeft toegelicht ziet hij geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
w.g. Bartel w.g. Nolles
Voorzitter ambtenaar van Staat
291-425.