Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200407975/1

Uitspraak 200407975/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT6983
Datum uitspraak
8 juni 2005
Inhoudsindicatie
Bij brief van 7 januari 2004 heeft de president van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) appellant meegedeeld dat is besloten hem niet in aanmerking te laten komen voor de functie van gerechtsauditeur-onderzoeker.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200407975/1.
Datum uitspraak: 8 juni 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 augustus 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het bestuur van de Centrale Raad van Beroep.

1. Procesverloop

Bij brief van 7 januari 2004 heeft de president van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de CRvB) appellant meegedeeld dat is besloten hem niet in aanmerking te laten komen voor de functie van gerechtsauditeur-onderzoeker.

Bij besluit van 4 februari 2004 heeft het bestuur van de CRvB het daartegen door appellant gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 17 augustus 2004, verzonden op 20 augustus 2004, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 27 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 28 september 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 16 december 2004 heeft het bestuur van de CRvB van antwoord gediend.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellant. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 maart 2005, waar appellant in persoon is verschenen. Het bestuur van de CRvB is, zoals bij brief aangekondigd, niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet kan, voorzover hier van belang, bij de CRvB hoger beroep worden ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), inzake

a. een besluit of een andere handeling van een bestuursorgaan waarbij een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet als zodanig belanghebbende is, en

b. een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij deze wet behoort.

2.2. In de memorie van 16 december 2004 heeft het bestuur van de CRvB gesteld dat tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep openstaat bij de CRvB en niet bij de Afdeling. De Afdeling komt tot hetzelfde oordeel. Zij sluit zich aan bij de jurisprudentie van de CRvB, die inhoudt dat dit college bevoegd is, ook indien in het geding aan de orde is de vraag of sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet.

2.3. De door appellant geuite twijfel of de CRvB in deze zaak kan optreden als onpartijdige rechter, leidt niet tot een ander oordeel. De omstandigheid dat het bestuur van de CRvB betrokken is bij het onderhavige geschil, brengt niet met zich dat de Afdeling bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. Het is aan de CRvB zelf om te waarborgen dat zaken die tot zijn competentie behoren met de vereiste onpartijdigheid worden behandeld.

2.4. De conclusie is dat de Afdeling niet bevoegd is van het hoger beroep kennis te nemen. Het hoger beroepschrift zal worden doorgezonden aan de CRvB.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Visser
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2005

148.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon