Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200500968/1

Uitspraak 200500968/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT1975
Datum uitspraak
18 maart 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 december 2004, kenmerk B.04/380-I, heeft verweerder het verzoek om opheffing van de lasten onder dwangsom van 20 november 2003 als bedoeld in artikel 5:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200500968/1.
Datum uitspraak: 18 maart 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te [woonplaats],

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie van de gemeente Rotterdam,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2004, kenmerk B.04/380-I, heeft verweerder het verzoek om opheffing van de lasten onder dwangsom van 20 november 2003 als bedoeld in artikel 5:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt.
Bij brief van 28 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 maart 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. A. van Diermen, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door drs. D. Noppe, ambtenaar van de deelgemeente Overschie, en mr. B.M.R.D Menting, medewerker bij de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij uitspraken van 24 november 2004, in zaken no. 200403338/1 en 200403350/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat verzoekers terecht zijn aangemerkt als overtreders van artikel 10.37, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

2.2. Verzoekers voeren aan dat de rechtsverhoudingen ten aanzien van de inrichting zijn gewijzigd. De activiteiten binnen de inrichting vallen volgens hen thans onder de verantwoordelijkheid van de vereniging "Autohobbyclub Kleiweg". [verzoeker B] stelt dat hij niet meer in een bijzondere gezagsverhouding staat tot de inrichting, zodat hij niet aan de last onder dwangsom kan voldoen. [verzoeker A] stelt uitsluitend gezamenlijk bevoegd te zijn met andere familieleden dan wel met de Autohobbyclub Kleiweg, zodat hij niet zelfstandig aan de last onder dwangsom kan voldoen.

2.3. Ingevolge artikel 5:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover thans van belang, kan het bestuursorgaan dat een last onder dwangsom heeft opgelegd, op verzoek van de overtreder de last opheffen ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan zijn verplichtingen te voldoen.

2.4. Gelet op het verhandelde ter zitting acht de Voorzitter het niet aannemelijk geworden dat de feiten en omstandigheden sinds de uitspraken van 24 november 2004 zodanig zijn gewijzigd dat het verzoekers onmogelijk is om aan hun verplichtingen te voldoen.

2.5. Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Leurs, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Leurs
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2005

372.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon