Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200409859/2

Uitspraak 200409859/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT0529
Datum uitspraak
10 maart 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het oprichten van een garage-berging op het perceel, plaatselijk bekend [locatie] te Oosterhout.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200409859/2.
Datum uitspraak: 10 maart 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], beiden wonend te Oosterhout,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 22 oktober 2004 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het oprichten van een garage-berging op het perceel, plaatselijk bekend [locatie] te Oosterhout.

Bij besluit van 17 augustus 2004 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 oktober 2004, verzonden op 25 oktober 2004, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 2 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 17 januari 2005. Bij brief van 27 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 30 november 2004 heeft het college, gevolg gevend aan de uitspraak van de voorzieningenrechter, het door verzoekers gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en de verleende bouwvergunning gehandhaafd.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 17 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2004, beroep ingesteld.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 februari 2005, waar verzoekers in persoon, bijgestaan door mr. R.M. van Bemmel, advocaat te Breda, en het college, vertegenwoordigd door H.J.J.M. Hoppenbrouwers en M.M. Borgwit, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder, in persoon, bijgestaan door mr. F.H.L. Vossen, advocaat te Breda, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend.

In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat zal blijken dat de bouwvergunning niet mocht worden verleend.

2.3. Onder die omstandigheden en gelet op de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Sluiter
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2005

292.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon