Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200410326/2

Uitspraak 200410326/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AS8400
Datum uitspraak
24 februari 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 13 juni 2003 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij (hierna: de Kamer) het door [verzoeker] ingediende verzoek tot verlenging van de op 31 december 2003 van rechtswege eindigende huurovereenkomst met betrekking tot het volledig visrecht op de in die besluiten nader aangeduide percelen water, gelegen in de Zuid- en Noordplas van de Noordeinden Geerpolder, kadastraal bekend gemeente Ter Aar, toegewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Visserij

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200410326/2.
Datum uitspraak: 24 februari 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) van:

de vereniging "Verenigde Eigenaren Langeraarse Plassen",
gevestigd te Ter Aar, en [verzoeker sub 2], wonend te Langeraar,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 november 2004 in het geding tussen:

[verzoeker], gevestigd te Rotterdam

en

de Kamer voor de Binnenvisserij.

1. Procesverloop

Bij besluiten van 13 juni 2003 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij (hierna: de Kamer) het door [verzoeker] ingediende verzoek tot verlenging van de op 31 december 2003 van rechtswege eindigende huurovereenkomst met betrekking tot het volledig visrecht op de in die besluiten nader aangeduide percelen water, gelegen in de Zuid- en Noordplas van de Noordeinden Geerpolder, kadastraal bekend gemeente Ter Aar, toegewezen.

Bij besluiten van 28 november 2003 heeft de Kamer de daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard, de besluiten van 13 juni 2003 vernietigd, en het verlengingsverzoek van [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard.

Bij de thans aangevallen uitspraken van 10 november 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank), de tegen die besluiten door [verzoeker] ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beslissingen op bezwaar vernietigd en bepaald dat de Kamer, met inachtneming van het in de uitspraken bepaalde, binnen zes weken na verzending daarvan opnieuw op de bezwaren beslist.

Tegen deze uitspraken is bij brief van 17 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op 20 december 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 januari 2005. Daarbij is de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief van 2 februari 2005 is dit verzoek beperkt tot het besluit dat betrekking heeft op [verzoeker sub 2].

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 februari 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. W.P.M. Mulder, advocaat te Alphen aan den Rijn, en [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. A.A. den Hollander, advocaat te Middelharnis, en de Kamer, vertegenwoordigd door mr. O. van der Heide, Voorzitter van de Kamer, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Gelet op de artikelen 6:18 en 6:19, in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht, moet het hoger beroep mede worden geacht te zijn gericht tegen de nieuwe besluiten van 15 december 2005 (lees: 2004), waarbij de Kamer gevolg heeft gegeven aan de aangevallen uitspraken, en het door [verzoeker] ingediende verzoek tot verlenging van de hiervoor genoemde huurovereenkomst heeft toegewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening heeft daarom eveneens betrekking op het besluit van 15 december 2005 (lees: 2004), H2003/102 betreffende [verzoeker sub 2].

2.3. De rechtbank is tot het oordeel gekomen, dat de Kamer ten onrechte heeft overwogen dat niet is gebleken dat [vennoten], als nieuwe vennoten van [verzoeker], de in geding zijnde huurovereenkomst(en) in rechte hebben overgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Kamer het verlengingsverzoek van [verzoeker] dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

2.4. De Voorzitter acht niet op voorhand uitgesloten dat de Afdeling in de bodemprocedure tot een ander oordeel komt.

2.5. Gelet hierop, alsook in aanmerking nemend dat niet uitgesloten moet worden geacht dat voortzetting van de huurovereenkomsten voor verzoekers ingrijpende gevolgen kan hebben gelet op hun belangen bij een planmatig en duurzame aanpak van het visserijbeheer in de Langeraarse Plassen, ziet de Voorzitter aanleiding voor het treffen van de hierna te melden voorlopige voorziening. Daarbij merkt de Voorzitter op dat de stukken en het verhandelde ter zitting geen reden geven voor de veronderstelling dat de omstandigheid dat in afwachting van de uitspraak in het bodemgeschil geen gebruik kan worden gemaakt van het betrokken visrecht tot onaanvaardbare bedrijfseconomische gevolgen leidt voor (de vennoten van) [verzoeker].

2.6. De Kamer dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de Kamer voor de Binnenvisserij van 15 december 2005 (lees: 2004) H2003/102;

II. veroordeelt de Kamer voor de Binnenvisserij in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de Kamer voor de Binnenvisserij aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 409,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.Z.C. Koutstaal, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Koutstaal
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005

383.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon