Uitspraak 200410503/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2004:5
- Datum uitspraak
- 24 december 2004
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
200410503/1.
Datum uitspraak: 24 december 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Almelo,
verweerder.
Op 24 december 2004 is namens verweerder een mondelinge aanzegging van bestuursdwang gedaan die strekt tot het op dezelfde datum, na 15.00 uur verwijderen van de partij vuuwerk die aanwezig was in de inrichting van verzoekster aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Ambt-Almelo, sectie […], nummers […] en […]. Daarbij is medegedeeld dat de beslissing naderhand op schrift zou worden gesteld en bekend zou worden gemaakt, zulks met toepassing van artikel 5:24, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Tegen de beslissing tot het aanzeggen van bestuursdwang heeft verzoekster bij brief van 24 december 2004 bij verweerder bezwaar gemaakt.
Bij brief van dezelfde datum, bij de Raad van State ook op die dag ingekomen, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 december 2004, waar verzoekster in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], is verschenen.
De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.
Daartoe heeft hij het volgende overwogen.
1. Niet aannemelijk is gemaakt dat de inrichting van verzoekster voldoet aan het Vuurwerkbesluit; er is geen goedgekeurd programma van eisen; de brandveiligheid wordt na onderzoek van deskundigen in twijfel getrokken.
2. De voorschriften, verbonden aan de vergunning van 8 december 1998 zijn, gelet op art. 8.1 van de Wet milieubeheer, juncto art 5.3.3, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit niet meer onverkort van toepassing.
3. Verweerder was derhalve bevoegd om handhavend op te treden.
4. Er is reeds bij brief van 11 december 2001 door verweerder gewezen op het - toen aanstaande - huidige gewijzigde regime. Eerst op 30 september 2004 is een aanvraag om een veranderingsvergunning ingediend. Het voorstel van verweerder tot het indienen van een melding als bedoeld in art. 8.40 van de Wet milieubeheer bij brief van 7 december 2004, op grond waarvan maximaal 1000 kg vuurwerk zou kunnen worden opgeslagen, is destijds door verzoekster verworpen.
5. De Voorzitter gaat er gelet op het toenmalige voorstel van verweerder, mede gelet op de datum daarvan, van uit dat verweerder er geen overwegend bezwaar tegen zal hebben dat verzoekster maximaal 1000 kg consumentenvuurwerk opslaat.
6. Het vorenstaande in samenhang bezien bestaat geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Sparreboom
Voorzitter ambtenaar van Staat
195.