Uitspraak 200409465/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2004:AS1924
- Datum uitspraak
- 21 december 2004
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 19 oktober 2004, kenmerk MA 2004.006, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan BOWOG Beheer B.V. een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een detailhandel voor agrarische, tuin-, diervoeders en doe-het-zelfbenodigdheden en de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. De inrichting is gelegen aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Raamsdonksveer, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 5 november 2004 ter inzage gelegd.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Overige
Toon inhoud
200409465/2.
Datum uitspraak: 21 december 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen :
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 oktober 2004, kenmerk MA 2004.006, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan BOWOG Beheer B.V. een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet verleend voor een detailhandel voor agrarische, tuin-, diervoeders en doe-het-zelfbenodigdheden en de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. De inrichting is gelegen aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente Raamsdonksveer, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 5 november 2004 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 17 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2004, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 december 2004, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door mr. D.I.S. van Broekhoven-Gram, medewerker van de Regionale Milieudienst West-Brabant, en ing. P.L.E. Middelink, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.
Daartoe heeft hij het volgende overwogen.
Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. Bij bestreden besluit is vergunning verleend voor onder meer de opslag en verkoop van 6.000 kilogram consumentenvuurwerk.
Verzoeker is niet zozeer van mening dat de revisievergunning niet aan vergunninghoudster kon worden verleend, maar, nu hem een vergunning is geweigerd voor de opslag en verkoop van meer dan 1.000 kilogram in een woonwijk, vindt hij dat de vergunning van vergunninghoudster ook had moeten worden geweigerd. De activiteiten van vergunninghoudster vinden immers eveneens plaats in een woonwijk. Verzoeker voegt hieraan toe dat hem is toegezegd dit jaar nog vuurwerk te kunnen verkopen op een andere plek in de gemeente, maar dat zal niet lukken. Ook hierom vindt hij het niet eerlijk dat vergunninghoudster wel vuurwerk mag verkopen.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen aanleiding bestaat om de gevraagde vergunning te weigeren aangezien aan de eisen van het Vuurwerkbesluit wordt voldaan.
Gesteld noch gebleken is dat niet aan de eisen van het Vuurwerkbesluit kan worden voldaan. Ook anderszins is niet gebleken dat de revisievergunning niet kon worden verleend. De Voorzitter ziet dan ook geen aanleiding om tot schorsing van het bestreden besluit over te gaan. De Voorzitter drukt verweerder nog wel op het hart om alle reële mogelijkheden voor verzoeker te onderzoeken.
Uitgesproken in het openbaar overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Heijstek-van Leussen, ambtenaar van Staat.
w.g. Konijnenbelt w.g. Heijstek-van Leussen
Voorzitter ambtenaar van Staat
353.