Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200410186/2

Uitspraak 200410186/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AS1919
Datum uitspraak
23 december 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden (hierna: het college) geweigerd om een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te verlenen ten behoeve van detailhandel, opslag en verkoop van vuurwerk vanuit de woning aan de [locatie] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Vrijstelling bestemmingsplan

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200410186/2.
Datum uitspraak: 23 december 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 december 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden (hierna: het college) geweigerd om een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te verlenen ten behoeve van detailhandel, opslag en verkoop van vuurwerk vanuit de woning aan de [locatie] te [plaats].

Na vernietiging door de rechtbank Arnhem van de beslissing op bezwaar ten aanzien van de tegen dit besluit gerichte bezwaren, heeft het college de bezwaren bij besluit van 6 januari 2004 opnieuw ongegrond verklaard en het besluit van 25 juni 2002 onder een gewijzigde motivering gehandhaafd.

Bij uitspraak van 8 december 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 15 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 15 december 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 december 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door mr. D. van Hijkoop, advocaat te Doetinchem, en het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden, vertegenwoordigd door L. Hendriks en R. Lubbers, ambtenaren der gemeente, zijn verschenen.

De Voorzitter heeft het verzoek afgewezen.

Daartoe heeft hij het volgende overwogen.

Verzoeker heeft gesteld grote schade te lijden indien hij niet gedurende drie dagen vuurwerk kan verkopen op de door hem voorgestane locatie. Dienaangaande wordt overwogen dat deze schade ook bij de behandeling van de hoofdzaak aan de orde kan komen.
Niet op voorhand staat vast dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal kunnen blijven en de weigering om vrijstelling te verlenen zal dienen te worden vernietigd. Indien er al aanleiding zou bestaan een voorlopige voorziening te treffen, zou deze niet slechts moeten bestaan uit schorsing van het bestreden besluit van het college, doch tevens moeten inhouden dat verzoeker wordt geacht in het bezit te zijn van de benodigde vrijstelling. Dit zou een te ver strekkende voorziening zijn. Dit geldt te meer, omdat voorshands niet tot het oordeel kan worden gekomen dat het aan het college niet vrij zou staan om met het oog op de bescherming van het woon- en leefklimaat ter plekke om andere reden dan het veiligheidsaspect de gevraagde vrijstelling niet te verlenen.

Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen.

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2004 overeenkomstig artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Schortinghuis
Voorzitter ambtenaar van Staat

66.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon