Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200401610/1

Uitspraak 200401610/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR7991
Datum uitspraak
22 december 2004
Inhoudsindicatie
Bij brief van 5 december 2003 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder van 30 oktober 2003, voorzover dit schrijven als een beslissing moet worden beschouwd op zijn verzoek van 6 oktober 2003, waarbij hij verweerder heeft verzocht handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van het gebruik door derden van een wasstraat op het perceel [locatie] te [plaats]. Voorzover de brief van verweerder niet kan worden beschouwd als een besluit, heeft appellant bij voornoemde brief van 5 december 2003 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op zijn handhavingsverzoek.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200401610/1.
Datum uitspraak: 22 december 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 5 december 2003 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen een brief van verweerder van 30 oktober 2003, voorzover dit schrijven als een beslissing moet worden beschouwd op zijn verzoek van 6 oktober 2003, waarbij hij verweerder heeft verzocht handhavingsmaatregelen te treffen ten aanzien van het gebruik door derden van een wasstraat op het perceel [locatie] te [plaats]. Voorzover de brief van verweerder niet kan worden beschouwd als een besluit, heeft appellant bij voornoemde brief van 5 december 2003 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op zijn handhavingsverzoek.

Tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar heeft appellant bij brief van 18 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 7 september 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 november 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door J.A. Schilders, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is de Afdeling van oordeel dat het door appellant bij brief van 6 oktober 2003 gedane verzoek om handhaving betrekking heeft op activiteiten waarop de Wet op de Ruimtelijke Ordening ziet. Tegen het besluit, waarbij het bezwaar gericht tegen de afwijzing van een dergelijk verzoek ongegrond wordt verklaard, staat ingevolge artikel 7:1 in samenhang met de artikelen 8:1 en 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht beroep open bij de rechtbank

’s-Hertogenbosch. Gelet op artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht is deze rechtbank ook de bevoegde rechter ten aanzien van een beroep gericht tegen het uitblijven van een beslissing op een dergelijk bezwaarschrift.

2.2. Gelet op het voorgaande is de Afdeling onbevoegd kennis te nemen van het beroep. Het beroepschrift zal met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden doorgezonden naar de rechtbank ‘s-Hertogenbosch.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. De Vink
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2004

154-443.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon