Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200403991/1

Uitspraak 200403991/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR7077
Datum uitspraak
8 december 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede (hierna: het college) geweigerd aan appellant de adresgegevens van zijn drie kinderen te verstrekken.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200403991/1.
Datum uitspraak: 8 december 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 29 maart 2004 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 oktober 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede (hierna: het college) geweigerd aan appellant de adresgegevens van zijn drie kinderen te verstrekken.

Bij besluit van 25 maart 2003 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 maart 2004, verzonden op 2 april 2004, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 9 juni 2004. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 26 juli 2004 heeft het college van antwoord gediend.

Daartoe op de voet van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld, heeft [partij], de vroegere echtgenote van appellant, op 2 augustus 2004 een memorie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2004, waar appellant in persoon, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.R. Staller-Van der Horst en A. Siebert, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [partij] verschenen, bijgestaan door mr. C. Lubben.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 100, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet GBA, voorzover thans van belang, kan verstrekking van gegevens plaatsvinden aan natuurlijke personen, ten behoeve van een persoonlijk, niet-commercieel belang, met voorafgaande schriftelijke toestemming van de ingeschrevene van wie gegevens worden verstrekt.

Ingevolge artikel 102, eerste lid, voorzover thans van belang, geeft het college van burgemeester en wethouders aan het schriftelijke verzoek van de betrokkene om in de gevallen, bedoeld in artikel 100, geen gegevens die opgenomen zijn op zijn persoonslijst of hem betreffende verwijsgegevens en daarmee in verband staande administratieve gegevens, aan derden te verstrekken, binnen vier weken gevolg en doet het daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de geldende regels ter zake.

2.2. Reeds in bezwaar heeft [partij], onder overlegging van een ter zake dienend bewijsstuk, verklaard dat appellant beschikt over de door hem opgevraagde adresgegevens. Deze verklaring heeft zij in beroep en in hoger beroep herhaald. Nu appellant deze verklaring in beroep en in hoger beroep, hoewel daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld, niet heeft weersproken, staat vast dat hij over de opgevraagde adresgegevens beschikt. Gelet hierop, moet worden geoordeeld dat appellant geen belang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep. Het is derhalve niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. W.D.M. van Diepenbeek en mr. J.H. van Kreveld, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Mathot
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2004

413.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon