Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200408078/2

Uitspraak 200408078/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR6292
Datum uitspraak
19 november 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 10 augustus 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het veranderen van een edelpelsdierhouderij gelegen aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […]. Dit besluit is op 26 augustus 2004 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200408078/2.
Datum uitspraak: 19 november 2004.

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 augustus 2004 heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghoudster] een vergunning verleend voor het veranderen van een edelpelsdierhouderij gelegen aan de [locatie] te [plaats], kadastraal bekend gemeente [plaats], sectie […], nummers […]. Dit besluit is op 26 augustus 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 30 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 oktober 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 30 september 2004, bij de Raad van State ingekomen op 1 oktober 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 november 2004, waar verzoekers, vertegenwoordigd door mr. G.L.M. Teeuwen, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door A. van Hoek en L. Uijtdewilligen, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is daar als partij vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigden], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De bij het bestreden besluit verleende veranderingsvergunning heeft betrekking op een edelpelsdierhouderij. De verandering ziet onder andere op het realiseren van een mestplaat ten behoeve van de opslag van droge mest. Ten behoeve van de onderhavige inrichting is eerder bij besluit van 2 december 1996 een revisievergunning verleend voor het houden van 6.000 fokteven. Ten aanzien van de te houden fokteven verandert er ten opzichte van de eerder vergunde situatie niets.

2.3. Artikel 8.10, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalt dat de vergunning slechts in het belang van de bescherming van het milieu kan worden geweigerd. Ingevolge artikel 8.11, tweede lid, kan een vergunning in het belang van de bescherming van het milieu onder beperkingen worden verleend. Ingevolge het derde lid van dit artikel worden aan een vergunning de voorschriften verbonden die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Voorzover door het verbinden van voorschriften aan de vergunning de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, niet kunnen worden voorkomen, worden aan de vergunning de voorschriften verbonden, die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen die gevolgen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

Hieruit volgt dat de vergunning moet worden geweigerd, indien de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken door het stellen van voorschriften en beperkingen niet kunnen worden voorkomen dan wel niet voldoende kunnen worden beperkt.

Bij de toepassing van de artikelen 8.10, eerste lid, en 8.11 van de Wet milieubeheer komt verweerder een zekere beoordelingsvrijheid toe, die haar begrenzing onder meer vindt in hetgeen voortvloeit uit de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten.

2.4. Verzoekers hebben betoogd onaanvaardbare stankhinder te zullen ondervinden als gevolg van de verandering van de onderhavige inrichting. In dit verband wijzen zij naar de open opslag van droge mest. De open opslag is volgens hen onderhevig aan weersinvloeden hetgeen een nadelige invloed heeft op de geuremissie. Verder betogen zij van voornoemde opslag insectenoverlast te zullen ondervinden aangezien de kans groot is dat door de open opslag van mest insecten zich in en rond de opslag gaan ophouden. Zij zijn dan ook van mening dat voornoemde opslag gesloten dient te zijn.

2.5. Vaststaat dat bij het bestreden besluit een open opslag voor droge mest is vergund. Ter zitting heeft verweerder erkend dat voornoemd standpunt van verzoekers juist is. De opslag van droge mest dient volgens verweerder dan ook gesloten te zijn. Gelet op het vorenstaande verdraagt het bestreden besluit zich naar het oordeel van de Voorzitter niet met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht op grond waarvan een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

2.6. Gezien het vorengaande ziet de Voorzitter reeds hierom aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. De overige gronden behoeven geen bespreking meer.

2.7. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk van 10 augustus 2004;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk in de door verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Moerdijk te worden betaald aan verzoekers;

III. gelast dat de gemeente Moerdijk aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 136,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Leeuwen
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2004.

373.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon