Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200407984/2

Uitspraak 200407984/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR5802
Datum uitspraak
8 november 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 september 2004, kenmerk RE.128.03, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet deels geweigerd en deels verleend voor een varkenshouderij, kadastraal bekend gemeente Drimmelen, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 16 september 2004 ter inzage gelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200407984/2.
Datum uitspraak: 8 november 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2004, kenmerk RE.128.03, heeft verweerder krachtens de Wet milieubeheer aan [vergunninghouder] een revisievergunning als geregeld in artikel 8.4, eerste lid, van deze wet deels geweigerd en deels verleend voor een varkenshouderij, kadastraal bekend gemeente Drimmelen, sectie […], nummer […]. Dit besluit is op 16 september 2004 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 28 september 2004, bij de Raad van State ingekomen per telefax op dezelfde dag, beroep ingesteld.
Bij brief van 28 september 2004, bij de Raad van State ingekomen per telefax op dezelfde dag, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 oktober 2004, waar verzoeker in persoon en bijgestaan door mr. L.P. Berg, gemachtigde, en verweerder, vertegenwoordigd door A. Hartman en T.S.A.J. van der Pluijm, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is vergunninghouder bijgestaan door J. Lauwerijssen, daar als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoeker vreest stankhinder van de inrichting waarvoor bij het bestreden besluit vergunning is verleend. Hij heeft aangevoerd dat verweerder de directe omgeving van de inrichting ten onrechte in categorie III van de brochure Veehouderij en Hinderwet heeft ingedeeld. Voorts heeft hij betoogd dat de onderliggende vergunning van 8 mei 1998 ook wat betreft stal A is vervallen.

2.3. Ingevolge artikel 8.18, eerste lid, aanhef en onder a, vervalt de vergunning voor een inrichting indien de inrichting niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is voltooid en in werking gebracht.

2.4. De Voorzitter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd en gezien de ter zitting getoonde plattegrond voorshands geen grond voor het oordeel dat verweerder de directe omgeving van de inrichting ten onrechte in categorie III van de brochure Veehouderij en Hinderwet heeft ingedeeld.

Vaststaat dat stal A op 8 mei 1998 reeds was gebouwd. Niet bestreden is dat nadien en voor april 2000 nog bedrijfsmatig dieren in deze stal zijn gehouden. Derhalve is de Voorzitter voorshands van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat stal A tijdig is voltooid en in werking gebracht en dat de vergunning van 8 mei 1998 in zoverre niet is vervallen.

2.5. Gezien het vorenstaande ziet de Voorzitter geen aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te willigen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Hardeveld
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2004

312.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon