Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200408254/2

Uitspraak 200408254/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR5064
Datum uitspraak
28 oktober 2004
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 8 en 14 januari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) verzoeken van in de regio gevestigde tuincentra om handhavend optreden tegen de exploitatie van een tuincentrum door verzoeker op het perceel Kleveringweg 57 te Delft (hierna: het perceel) afgewezen.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200408254/2.
Datum uitspraak: 28 oktober 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Greenholding B.V." rechtsopvolger van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Xotus Delft B.V.", gevestigd te 's-Gravezande,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 oktober 2004 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Delft.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 8 en 14 januari 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) verzoeken van in de regio gevestigde tuincentra om handhavend optreden tegen de exploitatie van een tuincentrum door verzoeker op het perceel Kleveringweg 57 te Delft (hierna: het perceel) afgewezen.

Bij besluit van 14 juni 2004 heeft het college het daartegen door de verzoekers om handhaving gemaakte bezwaar gegrond verklaard en verzoeker op straffe van een dwangsom gelast het gebruik van het pand op het perceel voor tuincentrumdoeleinden, voorzover dit de vergunde oppervlaktemaat van 727 m2 overschrijdt, binnen 6 weken te staken en vervolgens gestaakt te houden.
Bij besluit van 5 juli 2004 heeft het college de begunstigingstermijn verlengd tot 13 weken.

Bij uitspraak van 6 oktober 2004, verzonden op diezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 7 oktober 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft hij de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 oktober 2004, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M.R. Plug, advocaat te Delft, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman en mr. J. Hoekstra, advocaten te Amsterdam, zijn verschenen.
Voorts zijn daar gehoord Intratuin Pijnacker, GroenRijk ’t Haantje, GroenRijk De Wilskracht, De Baat Tuinmaterialen B.V., alle vertegenwoordigd door mr. C. Smals-Van Dijk, advocaat te Den Haag, en Juka BV h.o.d.n. Europatuin Delft, vertegenwoordigd door mr. R.M. Köhne, advocaat te Voorburg.

2. Overwegingen

2.1. Uitgangspunt voor de beoordeling van het verzoek is dat besluiten uitvoerbaar zijn, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep daartegen ongegrond heeft bevonden.

2.2. In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat verzoeker de last niet mocht worden opgelegd.

2.3. Onder die omstandigheden bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Derhalve dient het verzoek te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I. Sluiter, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Sluiter
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2004

292.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon