Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400840/1

Uitspraak 200400840/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR5045
Datum uitspraak
3 november 2004
Inhoudsindicatie
Bij brief van 6 september 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende (hierna: het college) appellant medegedeeld dat de verkoop als zelfstandig appartement van het atelier behorende bij de woning aan de [locatie] te [plaats] in strijd is met het bestemmingsplan en dat voor de verkoop van het atelier als zelfstandig appartement een vrijstellingsprocedure nodig is.
  • Hoger beroep
  • Vrijstelling bestemmingsplan

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400840/1.
Datum uitspraak: 3 november 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 december 2003 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende.

1. Procesverloop

Bij brief van 6 september 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende (hierna: het college) appellant medegedeeld dat de verkoop als zelfstandig appartement van het atelier behorende bij de woning aan de [locatie] te [plaats] in strijd is met het bestemmingsplan en dat voor de verkoop van het atelier als zelfstandig appartement een vrijstellingsprocedure nodig is.

Bij besluit van 25 maart 2003 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 december 2003, verzonden op 29 december 2003, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 23 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 27 januari 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 26 maart 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 augustus 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. Th.P.J. Kuijpers, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. P. Davits, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.2. Appellant bestrijdt het oordeel van de rechtbank dat het in de brief van het college van 6 september 2002 neergelegde oordeel niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb kan worden aangemerkt.

De rechtbank heeft het standpunt van het college onderschreven dat de brief van 6 september 2002 moet worden opgevat als enerzijds een uitleg over de toepasselijke bestemmingsplanbepalingen en anderzijds de - naar het oordeel van de rechtbank – onjuiste, informatieve mededeling dat de verkoop van het atelier als zelfstandig appartement niet mogelijk is.

2.3. Hoewel in de brief van 6 september 2002 wordt gesteld dat de verkoop van het atelier als zelfstandig appartement in strijd is met de voorschriften van het bestemmingsplan, ziet deze mededeling, mede gelet op het gespreksverslag van 10 april 2002 tussen appellant en onder meer een wethouder, niet op de verkoop van het atelier als zodanig, maar op het voorgenomen gebruik van het atelier als zelfstandige woonruimte.

2.4. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de brief van 6 september geen preventieve bestuursdwangaanschrijving behelst en dat deze brief niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

Hiertoe wordt overwogen dat wanneer een bestuursorgaan, los van een aanvraag om vrijstelling, een oordeel geeft over de vraag of een voorgenomen gebruik in overeenstemming is met de planvoorschriften, dit in het algemeen niet als een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3 van de Awb kan worden aangemerkt.

Op het voorgaande kan een uitzondering worden gemaakt indien het doen van een aanvraag om vrijstelling onevenredig bezwarend is.

Er is geen aanleiding om aan te nemen dat appellant de strijdigheid van het voorgenomen gebruik niet anders in rechte beoordeeld zou kunnen krijgen dan door het desbetreffende planvoorschrift te overtreden en de eventuele reactie daarop af te wachten. Zo zou appellant vrijstelling kunnen vragen en daarbij de eventuele strijdigheid van het voorgenomen gebruik met de planvoorschriften aan de orde kunnen stellen. De omstandigheid dat appellant, blijkens het verhandelde ter zitting, om hem moverende redenen heeft afgezien van het indienen van een dergelijke aanvraag, doet aan het vorenstaande niet af, aangezien niet valt in te zien dat het doen van een dergelijke aanvraag onevenredig bezwarend is voor appellant.

2.5. Het hoger beroep is dan ook ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Steinebach-de Wit
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2004

328.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon