Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200308354/1

Uitspraak 200308354/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR5044
Datum uitspraak
3 november 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 oktober 2002 heeft het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Krimpenerwaard (hierna: het college) het verzoek van appellant om [belanghebbende] onder aanzegging van bestuursdwang aan te schrijven de gedeeltelijke demping van de watergang tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats] (hierna: de sloot) ongedaan te maken, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200308354/1.
Datum uitspraak: 3 november 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 november 2003 in het geding tussen:

appellant

en

het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Krimpenerwaard.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2002 heeft het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Krimpenerwaard (hierna: het college) het verzoek van appellant om [belanghebbende] onder aanzegging van bestuursdwang aan te schrijven de gedeeltelijke demping van de watergang tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats] (hierna: de sloot) ongedaan te maken, afgewezen.

Bij besluit van 21 januari 2003 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 november 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 december 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 10 februari 2004 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 juli 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Leenders, ambtenaar van het Hoogheemraadschap Krimpenerwaard, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [belanghebbende] de Keur niet heeft overtreden en dat het college derhalve niet bevoegd was handhavend op te treden. Appellant acht het onderzoek van het college waaruit het de conclusie heeft getrokken dat [belanghebbende] de sloot niet gedeeltelijk heeft gedempt, onzorgvuldig.

2.1.1. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft het standpunt van het college niet weerlegd, dat na onderzoek van een ambtenaar van het hoogheemraadschap is gebleken dat de desbetreffende sloot, met uitzondering van een klein gedeelte waar de sloot doodloopt, de toegestane breedte van 1,40 meter heeft. De door appellant overgelegde foto’s kunnen niet als weerlegging dienen, nu deze niet zien op het gedeelte van de sloot waar het geding betrekking op heeft. Dat, naar appellant stelt, de toezichthoudende ambtenaar de sloot slechts door de kieren van de schutting zou hebben bekeken, zodat geen sprake is van een zorgvuldige waarneming, is door het college weersproken. Appellant heeft dit verder niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank is dan ook op goede gronden tot het oordeel gekomen dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden tegen [belanghebbende].

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. F.P. Zwart en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Haan
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 november 2004

27-362.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon