Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200402360/1

Uitspraak 200402360/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR2908
Datum uitspraak
29 september 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 augustus 2000 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (thans: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; hierna: de Staatssecretaris) het pand van appellante, [locatie], kadastraal bekend gemeente Amersfoort, sectie […], nr. […], (hierna: het pand) aangewezen als beschermd monument, als bedoeld in de Monumentenwet 1988.
  • Hoger beroep
  • Monumenten

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200402360/1.
Datum uitspraak: 29 september 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 januari 2004 in het geding tussen:

appellante

en

de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (thans: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 augustus 2000 heeft de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (thans: de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; hierna: de Staatssecretaris) het pand van appellante, [locatie], kadastraal bekend gemeente Amersfoort, sectie […], nr. […], (hierna: het pand) aangewezen als beschermd monument, als bedoeld in de Monumentenwet 1988.

Bij besluit van 24 januari 2002 heeft de Staatssecretaris het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 januari 2004, verzonden op 3 februari 2004, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 maart 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 6 mei 2004 heeft de Staatssecretaris van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2004, waar de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.P. Abeling, gemachtigde, is verschenen. Appellante is, met kennisgeving daarvan, niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellante betoogt dat zij met een medewerkster van het Monumenten Selectie Projectteam, ten tijde van de inventarisatie van het pand door deze medewerkster, is overeengekomen dat deze de inventarisatie mocht uitvoeren op voorwaarde dat het pand niet zonder haar toestemming als beschermd monument zou worden aangewezen. De rechtbank heeft volgens appellante miskend dat de Staatssecretaris aan die overeenkomst is gebonden. Dit betoog faalt, reeds omdat gebleken is noch aannemelijk is gemaakt dat een dergelijke overeenkomst is gesloten. Hierbij wordt nog opgemerkt dat voor de betreffende aanwijzing de instemming van appellante niet is vereist.

Hetgeen appellante overigens betoogt, komt neer op een herhaling van een deel van hetgeen zij reeds in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat de beslissing op bezwaar, waarbij de aanwijzing tot beschermd monument is gehandhaafd, in stand kan blijven. Omdat de monumentale waarde van het pand niet is betwist en door appellante ook in hoger beroep geen doorslaggevende belangen zijn aangevoerd die zich tegen de aanwijzing verzetten, komt de Afdeling, met overneming van hetgeen de rechtbank overigens heeft overwogen, tot eenzelfde oordeel.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van Meurs-Heuvel
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2004

47-424.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon