Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200401872/1

Uitspraak 200401872/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR2885
Datum uitspraak
29 september 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 mei 2001 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) het verzoek van appellante om een vergunning, als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet, tot het splitsen in vier appartementsrechten van het recht op het pand [locatie] te Amsterdam, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200401872/1.
Datum uitspraak: 29 september 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2004 in het geding tussen:

appellante

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel van de gemeente Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 mei 2001 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuideramstel van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) het verzoek van appellante om een vergunning, als bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet, tot het splitsen in vier appartementsrechten van het recht op het pand [locatie] te Amsterdam, afgewezen.

Bij besluit van 9 juli 2002 heeft het dagelijks bestuur het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 januari 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 1 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 3 maart 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 maart 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 4 mei 2004 heeft het dagelijks bestuur van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 augustus 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. M. van Muijen, werkzaam bij het stadsdeel Zuideramstel, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het hoger beroep is hoofdzakelijk gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het beroep van appellante op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Appellante betoogt in dit verband dat er geen rechtvaardiging gevonden kan worden voor het verschil in beleid met betrekking tot splitsingsaanvragen ingediend door woningbouwcorporaties die deelnemen aan een met de gemeente gesloten convenant enerzijds en particulieren anderzijds.

2.2. Dit betoog faalt. De rechtbank is terecht en op goede gronden tot het oordeel gekomen dat bezien vanuit het volkshuisvestingsbelang voor het gemaakte onderscheid voldoende rechtvaardiging bestaat. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de bij het convenant aangesloten woningcorporaties door hun - in het Besluit beheer sociale huursector - wettelijk verankerde taakstelling zijn gehouden uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn en dat zij verplicht zijn hun middelen daarvoor in te zetten, zodat zij bij uitstek geschikt zijn om dat belang te behartigen.

2.3. Hetgeen appellante overigens heeft betoogd in hoger beroep kan evenmin leiden tot een ander oordeel dan dat van de rechtbank.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.I.M. Peute, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Peute
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2004

391.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon