Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200402229/1

Uitspraak 200402229/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR2518
Datum uitspraak
22 september 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 juli 2001 heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (hierna: de Minister) aan appellant op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (hierna: de Regeling) een beheers- en landschapssubsidie verleend ten bedrage van ƒ 2272,38/€ 1031,16 voor de pakketnummers 4175, 4090 en 4626 en het verzoek om subsidie afgewezen voor pakketnummer 4501.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200402229/1.
Datum uitspraak: 22 september 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 2 februari 2004 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 juli 2001 heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (hierna: de Minister) aan appellant op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (hierna: de Regeling) een beheers- en landschapssubsidie verleend ten bedrage van ƒ 2272,38/€ 1031,16 voor de pakketnummers 4175, 4090 en 4626 en het verzoek om subsidie afgewezen voor pakketnummer 4501.

Bij besluit van 9 augustus 2002 heeft de Minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 26 november 2002 heeft de Minister het besluit van 9 augustus 2002 ingetrokken en de bezwaren van appellant deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Tevens heeft hij het subsidiebedrag nader vastgesteld op € 1423,32.

Bij uitspraak van 2 februari 2004, verzonden op 4 februari 2004, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) – voorzover hier van belang - het door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 maart 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 22 april 2004 heeft de Minister van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 augustus 2004, waar de Minister, vertegenwoordigd door mr. B.T. Goerdat, werkzaam bij het ministerie, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Appellant heeft – zakelijk samengevat - aangevoerd dat hij een onjuiste reden heeft opgegeven voor de beperkte openstelling van zijn terrein gedurende minder dan acht maanden. Dit had volgens appellant een natuurwetenschappelijke reden moeten zijn vanwege de aanwezigheid van een bewoonde dassenburcht in het bos en de omstandigheid dat de dassen op het aangrenzende weiland foerageren. Hij vermag niet in te zien waarom hij deze fout niet mag herstellen. De rechtbank heeft voorts volgens appellant ten onrechte het in de Regeling vervatte subsidieplafond in haar beoordeling betrokken. Hierdoor is het volgens appellant onmogelijk om een vergissing in de aanvraag later te herstellen, omdat, indien er alsnog een hogere subsidie zou kunnen worden toegekend, het subsidieplafond wordt overschreden. Hij wijst erop dat het kennelijk wel mogelijk is om een reeds verleende subsidie in te trekken of te verlagen.

2.2. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de door appellant gewenste wijziging van de aanvraag niet meer kon worden geaccepteerd. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat appellant, mede in het belang van stroomlijning van het administratief proces en een goede uitvoering van de Regeling, in beginsel zelf verantwoordelijk is voor de door hem verstrekte gegevens bij de aanvraag om subsidie. Niet kan worden staande gehouden dat de Minister, mede gelet op de aard van de Regeling, niet de gedragslijn heeft kunnen hanteren dat alleen in het geval er sprake is van een evidente vergissing, de aanvraag kan worden gewijzigd. De rechtbank heeft evenzeer terecht overwogen dat daarbij van belang is dat de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 voorziet in een subsidieplafond en een onderlinge rangschikking van de aanvragen, afhankelijk van het moment van indiening van de aanvragen, alsmede in een einddatum voor het indienen van de aanvragen. In het licht van het stelsel van de regeling kan appellant hangende het bezwaar zijn aanvraag niet wijzigen teneinde meer subsidie te verkrijgen. Dat de Minister in voorkomende gevallen tot een intrekking of verlaging van de subsidie komt, is een gevolg van de dwingendrechtelijke bepalingen van de Regeling. Het herstellen van een fout in de aanvraag moet daarom niet hiermee vergeleken worden.

Voorzover appellant voor het overige herhaalt hetgeen hij in zijn beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd, overweegt de Afdeling dat de rechtbank deze bezwaren op goede gronden heeft weerlegd. Appellant heeft ook niet aangevoerd waarom de aangevallen uitspraak in zoverre onjuist zou zijn.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Groenendijk, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Groenendijk
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2004

164-421.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon