Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400067/1

Uitspraak 200400067/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR2209
Datum uitspraak
15 september 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan de Vrij Hervormde Gemeente van Grafhorst onder verlening van vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) bouwvergunning verleend voor de uitbreiding van haar kerkgebouw op het perceel [locatie] (hierna: het perceel).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400067/1.
Datum uitspraak: 15 september 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Kampen,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 26 november 2003 in het geding tussen:

[wederpartij] wonend te [woonplaats]

en

het college van burgemeester en wethouders van Kampen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan de Vrij Hervormde Gemeente van Grafhorst onder verlening van vrijstelling als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) bouwvergunning verleend voor de uitbreiding van haar kerkgebouw op het perceel [locatie] (hierna: het perceel).

Bij besluit van 7 juli 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft het college het daartegen door [wederpartij] te [woonplaats] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 november 2003, verzonden op die dag, heeft de rechtbank Zwolle (hierna: de rechtbank), voor zover hier van belang, het daartegen door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief van 5 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2004, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 juni 2004. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 24 februari 2004 heeft [wederpartij] van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2004, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Kroes-Bergman en C.J. Manuel, beiden ambtenaar der gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door mr. A. van der Leest, gemachtigde, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding van de noord-oostelijke zijde van het zich op het perceel bevindende kerkgebouw. Deze uitbreiding is 5 m breed, circa 14 tot 16 m lang en voorzien van een plat dak.

2.2. Het perceel is begrepen in het bestemmingsplan “Grafhorst” en is blijkens de plankaart aangewezen voor “Bijzondere doeleinden”. Ingevolge artikel 6, lid A, van de planvoorschriften zijn de voor die doeleinden aangewezen gronden bestemd voor religieuze, educatieve, en/of sociaal-culturele doeleinden met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven.

2.3. Ingevolge lid B, aanhef en onder 1, van hiervoor bedoeld artikel 6, mogen op de tot “bijzondere doeleinden” bestemde gronden uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat de gebouwen uitsluitend binnen de bebouwingsvlakken worden gebouwd. Onder 4 van dat lid van de planvoorschriften is bepaald dat de dakhelling van een gebouw ten minste 20° en ten hoogste 60° bedraagt.

2.4. Niet in geschil is dat het bouwplan, wat de dakhelling aangaat, in strijd is met artikel 6, lid B, aanhef en onder 4 van de planvoorschriften. Om desondanks bouwvergunning te kunnen verlenen, heeft het college uitsluitend ter wegneming van deze strijdigheid gebruik gemaakt van de vrijstelling in de zin van artikel 19, derde lid, van de WRO juncto artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a 3°, van het Besluit op de ruimtelijke ordening.

2.5. Het college heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan ook het bebouwingsvlak overschrijdt en daarom tevens in strijd is met artikel 6, lid B, aanhef en onder 1, van de planvoorschriften.

2.6. Dat betoog faalt. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat gemeten op de plankaart vanaf de noord-oostelijke grens van het in geding zijnde perceel 693 tot de noord-oostelijke zijde van het bebouwingsvlak een minimale afstand van 15 m in acht moet worden genomen en dat op de situatieschets gemeten deze afstand slechts 13,50 m bedraagt. Dat betekent dat aan die kant het bouwplan met circa 1.50 m het bebouwingsvlak overschrijdt en daarmee in strijd is met artikel 6, lid B, aanhef en onder 1, van de planvoorschriften. Het standpunt van het college dat de planwetgever heeft voorzien in een mogelijke uitbreiding van de kerk met 5 m, omdat het bebouwingsvlak om de bestaande kerk is gesitueerd en een strook van 5 m aan de noord-oostelijke zijde binnen het bebouwingsvlak is opgenomen, kan niet worden gevolgd, nu de bestaande kerk kennelijk zo is gesitueerd dat er geen strook van 5 m aan de noord-oostelijke zijde resteert. De op de plankaart binnen het bebouwingsvlak aangegeven lijn waar, aldus het college, de noord-oostelijke grens van de bestaande kerk mee samenvalt, komt daarbij niet de betekenis toe die het college daaraan wil geven, reeds nu deze niet nader in de legenda aangeduide lijn niet met zich brengt, dat de aangegeven afstand van 5 meter niet in acht zou hoeven worden genomen.

2.7. De conclusie is dat de rechtbank het beroep terecht gegrond heeft verklaard.

2.8. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Ouwehand
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2004

224.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon