Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200306547/1

Uitspraak 200306547/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ9911
Datum uitspraak
8 september 2004
Inhoudsindicatie
Appellanten hebben op 18 september 2003 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum (hierna: het dagelijks bestuur) op de op 11 december 2002 ingediende aanvraag om een gebruiksvergunning voor het pand [locatie] te Amsterdam.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200306547/1.
Datum uitspraak: 8 september 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2003 in het geding tussen:

appellanten

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum.

1. Procesverloop

Appellanten hebben op 18 september 2003 bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum (hierna: het dagelijks bestuur) op de op 11 december 2002 ingediende aanvraag om een gebruiksvergunning voor het pand [locatie] te Amsterdam.

Appellanten hebben op 12 november 2003 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

Bij uitspraak van 22 augustus 2003, verzonden op 22 augustus 2003, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het beroep gegrond verklaard en het bezwaarschrift van appellanten van 18 september 2002 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 1 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 1 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 oktober 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 25 februari 2004 heeft het dagelijks bestuur van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei 2004, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. P. Nicolaï , advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. I.M. Jansma en drs. B.W. Kempen, beiden ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het hoger beroep is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het dagelijks bestuur op 17 juni 2002 op de aanvraag om een gebruiksvergunning heeft beslist. Appellanten betogen dat de rechtbank heeft miskend dat de brief van 17 juni 2002 van het dagelijks bestuur niet een als besluit aan te merken beslissing op de aanvraag bevat.

2.2. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de brief van het dagelijks bestuur van 17 juni 2002, waarin is medegedeeld dat appellanten geen gebruiksvergunning nodig hebben, dient te worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze mededeling een reactie is op een aanvraag om een vergunning die een antwoord inhoudt op de vraag of voor de door appellanten gewenste activiteit vergunning is vereist. Voorts heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de stelling dat het college ten onrechte de feitelijke in plaats van de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik in het kader van die toetsing heeft betrokken, wat ook van die stelling zij, daaraan niet afdoet.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. J.H. van Kreveld, Leden, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Wilbers-Taselaar
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2004

71.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon