Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200405662/2

Uitspraak 200405662/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ6609
Datum uitspraak
3 augustus 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 12 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 7 woningen en 8 appartementen op de voormalige kleuterschool locatie aan de Prinsbisdomstraat te Born.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200405662/2.
Datum uitspraak: 3 augustus 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht van 12 mei 2004 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 november 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 7 woningen en 8 appartementen op de voormalige kleuterschool locatie aan de Prinsbisdomstraat te Born.

Bij besluit van 16 april 2004 heeft het college het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 mei 2004, verzonden op 4 juni 2004, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 7 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2004, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 7 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 juli 2004, waar [verzoeker 1] in persoon en het college, vertegenwoordigd door J.F.M. Giesen, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghouder] bij monde van T.J.E. Kitzen daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld.

2.2. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling niet mocht worden verleend. Daarbij tekent de Voorzitter naar aanleiding van het bezwaar van verzoekers dat de hoogbouw niet past in de omgeving nog aan dat alleen één van de op te richten woningen voor wat betreft de goothoogte afwijkt van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Kern Born’ en dat het appartementencomplex niet veel hoger is (namelijk 10.40 meter) dan de nokhoogte die mogelijk zou zijn bij de ingevolge dat bestemmingsplan toegestane woningbebouwing, bestaande uit eengezinshuizen in drie bouwlagen.

2.3. Gelet op het vorenstaande, dient het verzoek te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-Van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-Van Bilderbeek w.g. Ouwehand
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2004

224.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon