Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200405627/2

Uitspraak 200405627/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ6608
Datum uitspraak
3 augustus 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 december 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) aan ING Vastgoed Ontwikkeling B.V. (binnenplanse) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woningbouwcomplex bevattende 10 appartementen en 28 eengezinswoningen aan de Havanasingel te Den Haag.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200405627/2.
Datum uitspraak: 3 augustus 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te Den Haag,

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 juni 2004 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 december 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: het college) aan ING Vastgoed Ontwikkeling B.V. (binnenplanse) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woningbouwcomplex bevattende 10 appartementen en 28 eengezinswoningen aan de Havanasingel te Den Haag.

Bij besluit van 25 augustus 2003 heeft het college de daartegen gerichte bezwaren van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 1 juni 2004, verzonden op 2 juni 2004, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 4 juli 2004, bij de Raad van State ingekomen op 7 juli 2004, hoger beroep ingesteld. Tevens hebben zij bij die brief de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 juli 2004, waar [een van de verzoekers] in persoon en het college, vertegenwoordigd door E.R.J. Herklots en N.C.C.M. Lemmens, beiden ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Voorts is ING Vastgoed Ontwikkeling B.V. bij monde van P.G. Cusell daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Allereerst zij vermeld dat het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening, die ertoe strekt dat de bouwvergunning wordt geschorst, zeer verstrekkende gevolgen heeft, nu verzoekers niet-ontvankelijk zijn verklaard in hun bezwaar tegen die bouwvergunning en de rechtbank het beroep hiertegen ongegrond heeft verklaard. Gelet op die niet-ontvankelijkverklaring is het college en de rechtbank immers niet aan een inhoudelijk oordeel omtrent de bezwaren toegekomen. Indien in de bodemprocedure al zou worden geoordeeld dat de niet-ontvankelijkverklaring geen stand kan houden, dient het college alsnog op de bezwaren tegen de verleende vrijstelling en bouwvergunning te beslissen. In hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is bovendien geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.

2.2. Gelet op het vorenstaande, dient het verzoek te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-Van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-Van Bilderbeek w.g. Ouwehand
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2004

224.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon