Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200308333/1

Uitspraak 200308333/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP8384
Datum uitspraak
7 juli 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Harderwijk, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 januari 2003, het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200308333/1.
Datum uitspraak: 7 juli 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2003 heeft de gemeenteraad van Harderwijk, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 januari 2003, het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 21 oktober 2003, no. RE2003.32911, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan.

Tegen dit besluit heeft J. Bos bij brief van 10 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 11 december 2003, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 8 januari 2004 en 29 maart 2004.

Bij brief van 26 maart 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2004, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. R. van Liempt, ambtenaar bij de provincie, en het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk, vertegenwoordigd door J.E. Mons, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen. Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Verweerder heeft goedkeuring aan het gehele plan onthouden, omdat in de publicatie van de terinzagelegging van het vastgestelde plan een onjuiste termijn was vermeld.

2.2. Appellante voert in beroep aan dat verweerder op andere formele gronden goedkeuring aan het plan had moeten onthouden.

De omschrijving van het plangebied in de publicaties van de terinzagelegging van het ontwerp-plan en het vastgestelde plan wijkt volgens appellante af van de werkelijke begrenzing van het plangebied. Verder is zij van mening dat de termijn voor het indienen van zienswijzen in strijd met de wet met vier weken is verlengd.

2.3. Het beroep van appellante is gericht tegen de motivering van de onthouding van goedkeuring.

De beroepsgronden van appellante steunen niet op een bij de gemeenteraad ingebrachte zienswijze of op bij verweerder ingebrachte bedenkingen.

Ingevolge de artikelen 54, tweede lid, onder d, en 56, tweede lid, gelezen in samenhang met de artikelen 23, eerste lid, en 27, eerste en tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep slechts worden ingesteld tegen het goedkeuringsbesluit van het college van gedeputeerde staten, voorzover dit beroep een grondslag heeft in een tegen het ontwerp-plan bij de gemeenteraad ingebrachte zienswijze en een bij het college van gedeputeerde staten ingebrachte bedenking.

Niet gebleken is van feiten of omstandigheden op grond waarvan appellante voor wat betreft de door haar aangevoerde beroepsgronden redelijkerwijs niet in staat is geweest zich tot de gemeenteraad en verweerder te wenden.

2.4. Gelet op het vorenstaande is het beroep van appellante niet-ontvankelijk.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. R. Cleton, Voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.M. Nollen, ambtenaar van Staat.

w.g. Cleton w.g. Nollen
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2004

332.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon