Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400294/1

Uitspraak 200400294/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP3424
Datum uitspraak
23 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 4 juli 2003 heeft appellant het verzoek van [verzoeker] om bekostiging van de vervoerskosten van zijn [zoon] ten behoeve van schoolbezoek in het schooljaar 2003/2004 afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400294/1.
Datum uitspraak: 23 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Barneveld,
appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 10 december 2003 in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2003 heeft appellant het verzoek van [verzoeker] om bekostiging van de vervoerskosten van zijn [zoon] ten behoeve van schoolbezoek in het schooljaar 2003/2004 afgewezen.

Bij besluit van 4 november 2003 heeft appellant het daartegen door [verzoeker] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 december 2003, verzonden op 11 december 2003, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem (hierna: de voorzieningenrechter), voorzover hier van belang, het daartegen door [verzoeker] ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat appellant aan [zoon] een vergoeding voor aangepast vervoer verstrekt tot zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak is namens appellant bij brief, bij de Raad van State per fax ingekomen op 13 januari 2004, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 19 februari 2004 heeft [verzoeker] van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 juni 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.A. Verhoef en R.E. Jongman, beiden werkzaam bij de gemeente, en [verzoeker], vertegenwoordigd door
mr. L. Vogelaar en G.A. de Kooter, beiden werkzaam bij de vereniging tot bevordering van schoolonderwijs op gereformeerde grondslag, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling overweegt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep ambtshalve het volgende.

Het hoger-beroepschrift van 13 januari 2004 is namens appellant ingediend en ondertekend door mr. J.A. Verhoef. Bij aangetekend schrijven van 15 januari 2004 is appellant door de Raad van State verzocht om een ondertekende verklaring over te leggen, waaruit blijkt dat mr. J.A. Verhoef daartoe gemachtigd was. Appellant had hiertoe de gelegenheid tot en met 12 februari 2004.

Bij brief van 9 februari 2004 heeft appellant een besluit van 30 januari 2004 overgelegd, waaruit blijkt dat het college op die datum heeft besloten om hoger beroep in te stellen. Daarbij is tevens een identiek exemplaar van het hoger-beroepschrift overgelegd dat door appellant (de burgemeester en de secretaris) is ondertekend. Bij brief van 9 februari 2004 is evenwel niet de gevraagde verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat mr. J.A. Verhoef gemachtigd was om het hiervoor vermelde hoger beroep van 13 januari 2004 in te stellen.

Nu niet vast is komen te staan dat mr. J.A. Verhoef gemachtigd was om op 13 januari 2004 hoger beroep in te stellen en voorts het hoger beroep ingesteld door appellant buiten de wettelijke beroepstermijn is ingediend, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. J.H.B. van der Meer en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk w.g. Haan
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2004

27-421.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon