Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200306677/1

Uitspraak 200306677/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP3345
Datum uitspraak
23 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij brief van 21 mei 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ruurlo (hierna: het college) de aanvraag om wijziging van de tenaamstelling van de op 19 juni 2001 aan appellant verleende ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: Wor) buiten behandeling gesteld en afwijzend gereageerd op het verzoek om voorschrift 4 van die ontheffing, inzake het aanbrengen van randbeplanting, in te trekken.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200306677/1.
Datum uitspraak: 23 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 augustus 2003 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Ruurlo.

1. Procesverloop

Bij brief van 21 mei 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ruurlo (hierna: het college) de aanvraag om wijziging van de tenaamstelling van de op 19 juni 2001 aan appellant verleende ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: Wor) buiten behandeling gesteld en afwijzend gereageerd op het verzoek om voorschrift 4 van die ontheffing, inzake het aanbrengen van randbeplanting, in te trekken.

Bij besluit van 10 december 2002 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 augustus 2003, verzonden op 27 augustus 2003, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en het bezwaarschrift van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 30 oktober 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 5 december 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 mei 2004, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. H.H. van Steijn, advocaat te Deventer, is verschenen. Het college is niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat uit de bewoordingen van de brief van 1 maart 2002, waarbij is verzocht om wijziging van de tenaamstelling van de op 19 juni 2001 aan appellant verleende ontheffing als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a, van de Wor alsmede om intrekking van voorschrift 4 van die ontheffing, niet anders kan worden geconcludeerd dan dat de aanvraag alleen is ingediend door [vergunninghouder]. Bij de (negatieve) reactie als door het college gegeven is appellant in privé (als natuurlijke persoon) geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De aanvrager is immers de besloten vennootschap. Nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat deze rechtspersoon belanghebbende is bij de aanvraag had reeds hierom het college appellant in zijn bezwaar niet-ontvankelijk dienen te verklaren. De rechtbank is tot dezelfde slotsom gekomen.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. C.H.M. van Altena, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Matulewicz
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2004

369.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon