Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200404879/1

Uitspraak 200404879/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:14
Datum uitspraak
17 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij brief van 10 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 2004, heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing met betrekking tot de referendabiliteit van de Parkeerverordening 2004 en de Parkeerbelastingverordening 2004.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Subsidie

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200404879/1.
Datum uitspraak: 17 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 10 juni 2004, bij de Raad van State ingekomen op 11 juni 2004, heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing met betrekking tot de referendabiliteit van de Parkeerverordening 2004 en de Parkeerbelastingverordening 2004.

Bij brief van 16 juni 2004 heeft verweerder (hierna: het college) een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juni 2004, waar appellant in persoon en het college, vertegenwoordigd door R.G.M. Rooijackers en mr. M.J.L. Verbeek-Dukers, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Gelet op de inhoud van het beroepschrift, de overige stukken en het verhandelde ter zitting betreft het geschil in de onderhavige zaak de referendabiliteit van de Parkeerverordening 2004 en de Parkeerbelastingverordening 2004. Hetgeen door appellant overigens is aangevoerd, kan dan ook onbesproken blijven.

2.2. Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Tijdelijke referendumwet kan - voorzover thans van belang - een gemeentelijk referendum worden gehouden over een besluit van de gemeenteraad inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan.

Ingevolge artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a, sub 2°, van de Tijdelijke referendumwet kan - voorzover thans van belang - de gemeenteraad bij verordening bepalen dat geen referendum kan worden gehouden over de besluiten als bedoeld in het eerste lid, onder a, die uitsluitend betrekking hebben op de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

Ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet besluit - voorzover thans van belang - het college van burgemeester en wethouders of over een besluit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, gelet op artikel 8, een referendum kan worden gehouden. Dit besluit wordt tezamen met het besluit dat het betreft, bekendgemaakt.

Ingevolge artikel 144, aanhef en onder a, van de Tijdelijke referendumwet kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen besluiten of een wet of besluit aan een referendum kan worden onderworpen.

Ingevolge artikel 146, eerste lid, aanhef en onder c, van de Tijdelijke referendumwet doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uiterlijk op de zesde dag nadat het beroepschrift is ontvangen uitspraak, indien het beroep een besluit betreft of een wet of besluit aan een referendum kan worden onderworpen.

Ingevolge artikel 146, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet treedt, indien de uitspraak van de Afdeling strekt tot gegrondverklaring van het beroep, de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.

2.2.1. De Verordening op het correctief raadgevend referendum van 18 december 2001 strekt ter invulling van artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a, sub2°, van de Tijdelijke referendumwet.

Ingevolge artikel 2, aanhef en onder a, sub 2, van deze verordening kan een referendum niet worden gehouden over een besluit van de gemeenteraad inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend betrekking heeft op de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de gemeentewet.

2.3. In de Molenkruier van 9 juni 2004 heeft het college medegedeeld dat de gemeenteraad van Nieuwegein bij besluiten van 7 april 2004 de Parkeerverordening 2004 en de Parkeerbelastingverordening 2004 heeft vastgesteld en dat deze inwerkingtreden op de achtste dag na de bekendmaking. In de bekendmaking is ten aanzien van de referendabiliteit van deze besluiten niets vermeld. Bij brief van 10 juni 2004 heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing omtrent de referendabiliteit van deze besluiten.

2.4. In de Molenkruier van 16 juni 2004 heeft het college medegedeeld dat in de bekendmaking van 9 juni 2004 ten aanzien van de Parkeerverordening 2004 ten onrechte niet was vermeld dat daarop de procedure van de Tijdelijke referendumwet van toepassing is. Gelet hierop is dat besluit opnieuw gepubliceerd met de vermelding dat daarover een raadgevend referendum kan worden aangevraagd. In de publicatie is tevens vermeld dat wat betreft de Parkeerverordening 2004 de publicatie in de Molenkruier van 9 juni 2004 als niet gepubliceerd kan worden beschouwd.

2.5. Uit de publicatie in de Molenkruier van 16 juni 2004 blijkt dat het college inmiddels een beslissing heeft genomen omtrent de referendabiliteit van de Parkeerverordening 2004. Dit besluit is overeenkomstig artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Tijdelijke referendumwet tezamen met het besluit tot vaststelling van die verordening bekendgemaakt. Gelet hierop heeft appellant geen, althans geen rechtens te honoreren, belang meer bij een beoordeling van het door hem ingestelde beroep, voorzover het het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing met betrekking tot de referendabiliteit van genoemde verordening betreft. Het beroep is in zoverre dan ook niet-ontvankelijk. Nu geheel aan het beroep tegemoet is gekomen, is dit op grond van artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht niet mede gericht tegen het reële besluit.

2.6. In de publicatie van 9 juni 2004 noch die van 16 juni 2004 wordt melding gemaakt van een besluit van het college de Parkeerbelastingverordening 2004 al dan niet referendabel te achten. Ter zitting is namens het college desgevraagd medegedeeld dat een dergelijke beslissing ook niet is genomen, aangezien op grond van de Verordening op het correctief raadgevend referendum over een belastingverordening geen referendum kan worden gehouden.

2.6.1. Op grond van artikel 22, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet besluit het college of over een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, gelet op artikel 8 van die wet een referendum kan worden gehouden. Hieruit volgt dat, ook indien het college van mening is dat over de Parkeerbelastingverordening geen referendum kan worden gehouden, het een daartoe strekkend besluit dient te nemen, welk besluit op grond van artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Tijdelijke referendumwet tezamen met die verordening bekend dient te worden gemaakt. Tegen het besluit van het college dat de Parkeerbelastingverordening 2004 niet aan een referendum kan worden onderworpen, staat op grond van artikel 144, aanhef en onder a, van de Tijdelijke referendumwet beroep open op de Afdeling.

2.6.2. Bij de bekendmaking van de Parkeerbelastingverordening 2004 is niet vermeld dat deze verordening niet aan een referendum kan worden onderworpen. Dit had - gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - wel gemoeten. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing omtrent de referendabiliteit van de Parkeerbelastingverordening 2004 is dan ook gegrond. De Afdeling ziet - gelet op het bepaalde in artikel 146, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet - aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien. Daartoe wordt het volgende overwogen.

2.6.3. De Parkeerbelastingverordening 2004 is een algemeen verbindend voorschrift dat uitsluitend betrekking heeft op de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet, zoals omschreven in artikel 2, aanhef en onder a, sub 2, van de Verordening op het correctief raadgevend referendum. Dit betekent dat deze verordening niet aan een referendum kan worden onderworpen.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voorzover het betreft het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing omtrent de referendabiliteit van de Parkeerverordening 2004;

II. verklaart het beroep gericht tegen het niet dan wel niet tijdig nemen van een beslissing omtrent de referendabiliteit van de Parkeerbelastingverordening 2004 gegrond;

III. stelt vast dat de Parkeerbelastingverordening 2004 niet aan een referendum kan worden onderworpen;

IV. gelast dat de gemeente Nieuwegein aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 136,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Meer w.g. Van Loon
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2004

284.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon