Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200307560/1

Uitspraak 200307560/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP1618
Datum uitspraak
16 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 oktober 2001 heeft de burgemeester van de gemeente Oisterwijk (hierna: de burgemeester) besloten om: 1. appellant vergunning te verlenen op grond van artikel 3.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oisterwijk (hierna: APV) voor het exploiteren van een parenclub op het perceel [locatie 1] en in het deel van het perceel [locatie 2] te Oisterwijk dat in gebruik is als keuken en kantoor ten behoeve van de parenclub (hierna: onderdeel 1); 2. het verzoek om vergunning voor een parenclub op het perceel [locatie 2], behoudens het deel dat in gebruik is als keuken en kantoor ten behoeve van de parenclub op het perceel [locatie 1], te weigeren (hierna: onderdeel 2); 3. het verzoek om vergunning voor het exploiteren van een parenclub annex bordeel op de voornoemde twee percelen te weigeren (hierna: onderdeel 3); 4. aan de vergunning onder 1 het voorschrift te verbinden, dat het tot 1 november 2006 verboden is het horecabedrijf annex de parenclub voor bezoekers geopend te hebben en daa
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200307560/1.
Datum uitspraak: 16 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 oktober 2003 in het geding tussen:

appellant

en

de burgemeester van de gemeente Oisterwijk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2001 heeft de burgemeester van de gemeente Oisterwijk (hierna: de burgemeester) besloten om: 1. appellant vergunning te verlenen op grond van artikel 3.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oisterwijk (hierna: APV) voor het exploiteren van een parenclub op het perceel [locatie 1] en in het deel van het perceel [locatie 2] te Oisterwijk dat in gebruik is als keuken en kantoor ten behoeve van de parenclub (hierna: onderdeel 1); 2. het verzoek om vergunning voor een parenclub op het perceel [locatie 2], behoudens het deel dat in gebruik is als keuken en kantoor ten behoeve van de parenclub op het perceel [locatie 1], te weigeren (hierna: onderdeel 2); 3. het verzoek om vergunning voor het exploiteren van een parenclub annex bordeel op de voornoemde twee percelen te weigeren (hierna: onderdeel 3); 4. aan de vergunning onder 1 het voorschrift te verbinden, dat het tot 1 november 2006 verboden is het horecabedrijf annex de parenclub voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zaterdag van 02.00 tot 06.00 uur en op zondag van 03.00 tot 06.00 uur (hierna: onderdeel 4).

Bij besluit van 28 oktober 2002 heeft de burgemeester het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij besluit van 11 februari 2003 heeft de burgemeester het besluit van 25 oktober 2001 in die zin gewijzigd dat onderdeel 4 komt te vervallen en daarvoor het volgende in de plaats gesteld:
4. aan de vergunning onder 1 het voorschrift te verbinden, dat het tot 1 november 2006 verboden is het horecabedrijf annex de parenclub voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven van 04.00 tot 06.00 uur;
5. afwijkingen van de onder 4 genoemde sluitingstijden dienen per gelegenheid aangevraagd te worden onder opgave van de redenen van afwijking.

Bij uitspraak van 7 oktober 2003, verzonden op 9 oktober 2003, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het tegen die besluiten door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 12 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 14 november 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 5 januari 2004 heeft de burgemeester van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2004, waar appellant in persoon en de burgemeester, vertegenwoordigd door drs. S.M.A.C. Wientjes-Diepstraten, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de grieven van appellant tegen onderdeel 3 van het besluit van 25 oktober 2001 buiten bespreking dienen te blijven omdat appellant in bezwaar te kennen had gegeven tegen dat onderdeel van het besluit van 25 oktober 2001 niet te opponeren. De bezwaren van appellant waren enkel gericht tegen onderdeel 2 en onderdeel 4 van dat besluit. De beslissing op bezwaar betreft dan ook slechts die onderdelen. Het beroepschrift van 21 november 2002 heeft appellant uitsluitend gericht tegen de beslissing op bezwaar voor zover betrekking hebbend op de handhaving van de beslissing over de sluitingstijden (onderdeel 4). Gelet hierop had de rechtbank ook buiten bespreking dienen te laten de grieven die appellant in de loop van de procedure - na het verstrijken van de beroepstermijn, naar zijn zeggen wegens drukte – heeft aangevoerd tegen de in de beslissing op bezwaar tevens vervatte gehandhaafde weigering hem vergunning te verlenen voor de uitbreiding van zijn parenclub (onderdeel 2). Appellant had immers zijn beroep beperkt tot het niet onlosmakelijk met dit onderdeel verbonden onderdeel 4. Inhoudelijke bespreking van appellants bezwaren over onderdeel 2 kan in hoger beroep dan ook niet aan de orde zijn. Ter zitting heeft appellant bevestigd in te kunnen stemmen met de (gewijzigde) openingstijden zoals nader vastgesteld bij besluit van 11 februari 2003. Hetgeen hij daarover in hoger beroep naar voren heeft gebracht behoeft om die reden geen bespreking meer.

2.2. De conclusie moet luiden dat appellant geen belang meer heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep, zodat de Afdeling dit hoger beroep niet-ontvankelijk dient te verklaren.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. F.P. Zwart, Voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Zwart w.g. Zwemstra
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2004

369.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon