Uitspraak 200403236/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2004:AP1654
- Datum uitspraak
- 9 juni 2004
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 maart 2004 heeft verweerder met toepassing van artikel 8.24 van de Wet milieubeheer voorschrift 8.1 ingetrokken van de op 8 oktober 1991 krachtens de Hinderwet verleende oprichtingsvergunning voor een café-restaurant-dancing op het perceel Nieuwkuijksestraat 75 te Nieuwkuijk. Dit besluit is op 1 april 2004 ter inzage gelegd.
- Voorlopige voorziening
- Milieu - Overige
Toon inhoud
200403236/2.
Datum uitspraak: 9 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Heusden,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 maart 2004 heeft verweerder met toepassing van artikel 8.24 van de Wet milieubeheer voorschrift 8.1 ingetrokken van de op 8 oktober 1991 krachtens de Hinderwet verleende oprichtingsvergunning voor een café-restaurant-dancing op het perceel Nieuwkuijksestraat 75 te Nieuwkuijk. Dit besluit is op 1 april 2004 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 15 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 15 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 16 april 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 mei 2004, waar van verzoekers [gemachtigde] en [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door J.G.F.W. Latour, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder voorschrift 8.1 ingetrokken. Ingevolge dit voorschrift is het de houder van de inrichting verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 05.00 uur, en wel op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 05.00 uur.
2.3. Verzoekers hebben aangevoerd dat de intrekking van voorschrift 8.1 leidt tot een verruiming van de openingstijden voor de inrichting. Zij achten dit onwenselijk.
2.4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. Sinds 1999 is de inrichting in strijd met voorschrift 8.1 tot 03.00 uur geopend. Bij besluit van 23 september 2003, gewijzigd 3 maart 2004, heeft verweerder krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening 1999 de gedoogde openingstijden voor de inrichting op vrijdag en zaterdag verruimd tot 04.00 uur. Het bezwaar van verzoekers richt zich tegen deze verruiming van de gedoogde openingstijden. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft echter bij uitspraak van 29 april 2004 het besluit van verweerder tot verruiming van de gedoogde openingstijden vernietigd. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat niet zal worden toegestaan dat de inrichting na 03.00 uur is geopend.
Het vorenstaande leidt de Voorzitter tot het oordeel dat met het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening geen spoedeisend belang is gemoeid.
2.5. Gelet hierop wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Plambeck
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2004
159-399.