Uitspraak 200308030/1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2004:AP1631
- Datum uitspraak
- 16 juni 2004
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 18 december 2001 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de staatssecretaris) het boerderijcomplex, gelegen aan de Eindsestraat 21 te Dongen, aangewezen als beschermd monument.
- Hoger beroep
- Monumenten
Toon inhoud
200308030/1.
Datum uitspraak: 16 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 oktober 2003 in het geding tussen:
appellante
en
de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (thans: de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2001 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (hierna: de staatssecretaris) het boerderijcomplex, gelegen aan de Eindsestraat 21 te Dongen, aangewezen als beschermd monument.
Bij besluit van 4 oktober 2002 heeft de staatssecretaris het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 oktober 2003, verzonden op 22 oktober 2003, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 december 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 5 februari 2004 heeft de staatssecretaris van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 mei 2004, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door M.J. Sypkens Smit, gemachtigde, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het betoog van appellante in hoger beroep is een woordelijke herhaling van hetgeen zij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is op goede gronden tot een juist oordeel gekomen. De enkele aanwezigheid van (een aantal) kunststofkozijnen doet niet af aan het bestaan van voldoende gronden voor aanwijzing als beschermd monument. De cultuurhistorische waarde van het complex wordt door appellante bovendien erkend.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. W.D.M. van Diepenbeek, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Haan
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2004
164-465.