Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200403230/2

Uitspraak 200403230/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AP1656
Datum uitspraak
8 juni 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 24 juli 2003, kenmerk DGWM/2003/7288, heeft verweerder ingestemd met het saneringsplan voor de voormalige petroleumgasfabriek te Zoetermeer.
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200403230/2.
Datum uitspraak: 8 juni 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2003, kenmerk DGWM/2003/7288, heeft verweerder ingestemd met het saneringsplan voor de voormalige petroleumgasfabriek te Zoetermeer.

Bij besluit van 3 maart 2004, kenmerk DGWM/DMB/04/1790, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 14 april 2004, bij de Raad van State ingekomen 19 april 2004, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 14 mei 2004.
Bij brief van 14 april 2004, bij de Raad van State ingekomen 19 april 2004, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 mei 2004, Daar is verzoeker in persoon verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. M. Blondelle, drs. H.M. de Boo en ing. G.C. Weerheim, ambtenaren van de provincie.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoeker stelt zich op het standpunt, kort weergegeven, dat niet is aangetoond dat het achterlaten van een damwand op de saneringslocatie geen relevante gevolgen heeft voor de grondwaterhuishouding. Hij acht het niet uitgesloten dat die damwand de grondwaterstroming onder zijn woning onderbreekt, waardoor de fundering van zijn woning zowel door verdroging als vernatting kan worden aangetast. Hij verzoekt daarom een onafhankelijk onderzoek naar de geo-hydrologische effecten van de aanwezigheid van die damwand, alvorens de sanering wordt uitgevoerd.

2.3. De Voorzitter gaat er op grond van de stukken en de zitting van uit dat de wijziging van het saneringsplan, inhoudende dat de damwand niet zal worden verwijderd, strekt ter bescherming van omwonenden tegen trillingen. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de damwand na de sanering tot één meter onder het maaiveld zal worden afgezaagd. Volgens verweerder is geen schadelijk effect op de grondwaterstroom te verwachten. Het grondwaterpeil zal volgens het bestek van het saneringsplan regelmatig worden gemeten. Van de resultaten van die metingen zal verzoeker in kennis worden gesteld. Ter zitting heeft verweerder verder meegedeeld dat hij als opdrachtgever van de sanering alle uit de sanering voortvloeiende schade zal vergoeden, ongeacht of die schade verzekerbaar is.

2.4. In het licht van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden ziet de Voorzitter, na afweging van alle betrokken belangen, onvoldoende aanleiding om de voorgenomen sanering op te schorten in afwachting van een onafhankelijk onderzoek naar de geo-hydrologische gevolgen van de aanwezigheid van de damwand na sanering. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen dient dan ook te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2004

157.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon