Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200306754/1

Uitspraak 200306754/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO9698
Datum uitspraak
19 mei 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (hierna: het college) [vergunninghouder] gevestigd te [plaats] onder oplegging van een dwangsom gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de [locatie] te [plaats] als betonbedrijf te staken en gestaakt te houden.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200306754/1.
Datum uitspraak: 19 mei 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd te [plaats], waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B], beiden wonende te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 27 augustus 2003 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (hierna: het college) [vergunninghouder] gevestigd te [plaats] onder oplegging van een dwangsom gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel aan de [locatie] te [plaats] als betonbedrijf te staken en gestaakt te houden.

Bij besluit van 18 maart 2003 heeft het college het daartegen door de [vergunninghouder] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 augustus 2003, verzonden op 29 augustus 2003, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante en haar vennoten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 10 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 november 2003. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 12 december 2003 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 april 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door [vennoot A], bijgestaan door mr. P. Geervliet, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. H. Revet, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ rust op het voorste gedeelte van het perceel de bestemming ‘Agrarische handels- en hulpbedrijven’ en op het achterste gedeelte de bestemmingen ‘Groenvoorzieningen II’ en ‘Waterkering’.

2.2. Anders dan appellante heeft betoogd is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat appellante ten tijde van het besluit van 14 februari 2002 op het perceel aan de [locatie] te [plaats] in strijd met de ter plaatse geldenden bestemmingen een betonbedrijf uitoefende bestaande uit onder meer het verhuren van betonwagens, mixerpompen en betonmixers ten behoeve van betonwerken en het storten en verwerken van beton.

Dat appellante die verhuuractiviteiten ten tijde van dat besluit heeft verricht blijkt ook de bewoordingen van haar bezwaar- en beroepschrift.

Anders dan appellante heeft gesteld moeten tot die activiteiten eveneens de daarmee samenhangende administratieve werkzaamheden worden gerekend.

Dat de illegale activiteiten tijdens de bezwarenprocedure zouden zijn beëindigd, noopte het college niet het primaire besluit te herroepen.

2.3. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving afgezien had moeten worden.

2.4. Ten aanzien van het betoog van appellante dat het college het bedrijf van TPG Post ter plaatse wèl toestaat activiteiten in strijd met de bestemming te verrichten, stelt de Afdeling vast dat appellante noch in de bezwaarfase noch in de beroepsfase bij de rechtbank naar dat bedrijf heeft verwezen.

Naar het oordeel van de Afdeling kan een eerst in hoger beroep gedaan beroep op het gelijkheidsbeginsel slechts in de beoordeling worden betrokken indien aannemelijk is gemaakt dat appellante gedurende de procedure bij de rechtbank niet (tijdig) kon beschikken over de noodzakelijke gegevens voor het enigermate gefundeerd inroepen van dit beginsel. Zulks acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt.

2.5. Er bestaat voorts geen grond om het oordeel van de rechtbank voor onjuist te houden, dat de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging. Het daartegen gerichte betoog van appellante faalt derhalve.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Ettekoven w.g. Boot
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004

202.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon