Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200307527/1

Uitspraak 200307527/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO8876
Datum uitspraak
6 mei 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 februari 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam de aanvraag van appellant om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200307527/1.
Datum uitspraak: 6 mei 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2003 in het geding tussen:

appellant

en

de raad voor rechtsbijstand Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam de aanvraag van appellant om een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) afgewezen.

Bij besluit van 11 februari 2002 heeft de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (hierna: de raad) het daartegen ingestelde administratief beroep gegrond verklaard voor zover gericht tegen de motivering en dit besluit in zoverre vernietigd met de bepaling dat de gevolgen ervan in stand dienen te blijven.

Bij uitspraak van 29 september 2003, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 10 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 13 januari 2004 heeft de raad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 april 2004, waar appellant is verschenen. De raad is met bericht niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, eerste lid aanhef en onder a, van de Wrb kan het bureau de toevoeging weigeren indien het verzoek niet is ondertekend, onvoldoende is toegelicht of niet is voorzien van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde verklaringen of andere bewijsstukken en de verzoeker na op dat verzuim te zijn gewezen heeft nagelaten dit binnen een door het bureau gestelde termijn te herstellen.

2.2. Vast staat dat de reeds bij de toevoegingsaanvraag overgelegde gegevens bij de behandeling van het administratief beroep niet toereikend waren om het inkomen en vermogen van appellant te toetsen. Onduidelijk was namelijk wat het aandeel was van een koopsom met lijfrente, welke niet deel uitmaakt van het vermogen in de zin van artikel 9 van het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.

2.3. Bij brief van 19 oktober 2001 heeft de raad teneinde de waarde van die koopsom alsmede het overig inkomen en vermogen van appellant te kunnen toetsen aan diens raadsman verzocht om toezending van een aantal met die vragen verband houdende bescheiden en om beantwoording van een aantal vragen met betrekking tot de te voeren procedure. Deze heeft bij brief van 16 november 2001 verzocht om uitstel voor het indienen van de gevraagde gegevens, hetwelk hem door de raad bij brief van 20 november 2001 is verleend tot uiterlijk 18 december 2001. De raadsman heeft de gegevens, die voor de toetsing van het door appellant opgegeven inkomen en vermogen van belang zijn, niet overgelegd.

2.4. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de raad gelet op het vorenstaande op juiste gronden de afwijzing van de aanvraag van appellant in administratief beroep heeft gehandhaafd.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Sparreboom
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2004

195-209.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon