Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200307475/1

Uitspraak 200307475/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO6128
Datum uitspraak
24 maart 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 november 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (hierna: het bureau) een aanvraag om toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200307475/1.
Datum uitspraak: 24 maart 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2003 in het geding tussen:

appellante

en

de raad voor rechtsbijstand Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2001 heeft het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (hierna: het bureau) een aanvraag om toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) afgewezen.

Bij besluit van 11 februari 2002 heeft de raad voor rechtsbijstand Amsterdam (hierna: de raad) het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 september 2003, verzonden op diezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 10 oktober 2003, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 9 december 2003 heeft de raad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Na afloop van het vooronderzoek zijn nog stukken ontvangen van appellante. Deze zijn aan de raad toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 februari 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. V.J.M. Janszen, advocaat te Haarlem, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.J.M. Peeters, werkzaam bij de raad, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In zijn besluit van 11 februari 2002 heeft de raad het administratief beroep gericht tegen het besluit van het bureau ongegrond verklaard. Het bureau heeft de aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag zijns inziens onvoldoende inzicht gaf in de aard en het belang van de zaak van appellante.

2.2. Appellante voert in hoger beroep tevergeefs aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij onvoldoende gegevens zou hebben verstrekt en dat er geen sprake zou zijn van willekeur aan de zijde van de raad jegens haar. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellante met haar faxbericht van 11 oktober 2001 niet de door het bureau verzochte gronden van het verweer heeft omschreven, nu niet duidelijk is geworden welke werkzaamheden de gemachtigde van appellante gaat verrichten en niet bekend is ter zake waarvan schadevergoeding wordt gevorderd. De rechtbank heeft mitsdien terecht geoordeeld dat het bureau en in navolging daarvan de raad de aanvraag niet kon toetsen aan de bepalingen van de Wrb en het door de raad ter zake gevoerde beleid. Het in beroep bij de rechtbank door appellante gedane beroep op willekeur is niet nader onderbouwd. Met de ter onderbouwing van haar beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel door appellante voor het eerst in hoger beroep ingezonden toevoegingen in andere zaken heeft de rechtbank geen rekening kunnen houden, terwijl niet aannemelijk is geworden waarom deze stukken niet eerder konden worden ingediend, zodat de Afdeling deze buiten beschouwing zal laten.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Sparreboom
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2004

195-209.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon