Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400518/2

Uitspraak 200400518/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO6147
Datum uitspraak
15 maart 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 december 1998, kenmerk MW94.74765, heeft verweerder goedkeuring verleend aan het rapport “Kaliwaal. Nulonderzoek ten behoeve van de aanlegfase. Onderdeel: Nader onderzoek inzake sedimentkartering en onderzoek naar de verspreiding van verontreinigingen naar bodem en grondwater”, dat door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ”Delgromij B.V.” (verder: Delgromij) aan hem is voorgelegd. Bij besluit van 29 juni 1999, kenmerk MW94.74765, heeft verweerder goedkeuring verleend aan het Acceptatiereglement Baggerspecieberging Kaliwaal, de situatietekening van het peilbuizennetwerk rondom de Kaliwaal, het rapport “Nulonderzoek ten behoeve van de monitoring” en het rapport “Stortplan eerste vulfase”, die door Delgromij aan hem zijn voorgelegd.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400518/2.
Datum uitspraak: 15 maart 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de stichting "Stichting Behoud Leefmilieu en Natuur Maas en Waal", gevestigd te Beneden-Leeuwen,
verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 december 1998, kenmerk MW94.74765, heeft verweerder goedkeuring verleend aan het rapport “Kaliwaal. Nulonderzoek ten behoeve van de aanlegfase. Onderdeel: Nader onderzoek inzake sedimentkartering en onderzoek naar de verspreiding van verontreinigingen naar bodem en grondwater”, dat door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ”Delgromij B.V.” (verder: Delgromij) aan hem is voorgelegd. Bij besluit van 29 juni 1999, kenmerk MW94.74765, heeft verweerder goedkeuring verleend aan het Acceptatiereglement Baggerspecieberging Kaliwaal, de situatietekening van het peilbuizennetwerk rondom de Kaliwaal, het rapport “Nulonderzoek ten behoeve van de monitoring” en het rapport “Stortplan eerste vulfase”, die door Delgromij aan hem zijn voorgelegd.

Bij besluit van 2 december 2003, verzonden op 10 december 2003, heeft verweerder verzoekster gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar hiertegen aangetekende bezwaar en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 15 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld. Bij brief van 20 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. F.F. Scheffer en A.W.G. van Bergen, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. P.W. Verheijen en ing. L.E. Baukema, beiden ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is Delgromij daar gehoord, vertegenwoordigd door mr. L.F. Wiggers-Rust, advocaat te Zutphen, ing. F. Snel, ing. G. Haan, drs. W. Vermeule en ing. E. van der Meulen, gemachtigden, alsmede het college van burgemeester en wethouders van Druten, vertegenwoordigd door J.A.M. van Kerkhof, ambtenaar van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Delgromij heeft bovengenoemde stukken aan verweerder toegestuurd ter voldoening aan de voorschriften behorend bij de vergunning krachtens de Wet milieubeheer van 27 januari 1998, kenmerk MW94.74765-6093034. De vergunning heeft betrekking op de stort van baggerspecie in de Kaliwaal, een zandwinput in het winterbed van de Waal in de gemeente Druten. De vergunning was op het moment van het nemen van de beslissing op bezwaar onherroepelijk.

2.3. Verzoekster stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het Acceptatiereglement Baggerspecieberging Kaliwaal (verder: het acceptatiereglement). Zij stelt in dit kader dat verweerder ten onrechte het acceptatiereglement niet heeft getoetst aan de Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de Vogelstand (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (Habitatrichtlijn).

2.3.1. In hoofdstuk 2 van de milieuvergunning van 27 januari 1998 zijn criteria opgenomen voor het accepteren van baggerspecie. Ingevolge voorschrift 2.4 van de milieuvergunning dient Delgromij een acceptatiereglement ter goedkeuring aan verweerder toe te zenden, waarin - kort gezegd - een procedure moet worden vastgelegd hoe, voorafgaand aan het accepteren van baggerspecie, aan de voorschriften 2.10, 2.11 en bepaalde aspecten uit het stortplan zoals bedoeld in voorschrift 3.16 van de milieuvergunning, uitvoering wordt gegeven.

Blijkens de stukken heeft verweerder bij de goedkeuring van het acceptatiereglement de in de milieuvergunning opgenomen voorschriften als toetsingskader gehanteerd. Deze wijze van toetsing acht de Voorzitter niet onjuist. De aard van het aan de orde zijnde besluit tot goedkeuring brengt naar het oordeel van de Voorzitter mee dat de toetsing zich beperkt tot het in de voorschriften van de milieuvergunning aangegeven kader. Toetsing aan de van toepassing zijnde Europese en Nederlandse regels dient bij het verlenen van de milieuvergunning plaats te vinden. In het licht hiervan ziet de Voorzitter vooralsnog geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder bij het verlenen van goedkeuring van het acceptatiereglement had dienen over te gaan tot toetsing aan de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Voorzitter ziet in hetgeen verzoekster heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.M.H. Hirsch Ballin, Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.

w.g. Hirsch Ballin w.g. Van Driel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2004

414.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon