Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200400991/2

Uitspraak 200400991/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AO5799
Datum uitspraak
11 maart 2004
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen (hierna: het college) aan [vergunninghouders] bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning aan de [locatie] te [plaats] door middel van een kapconstructie.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200400991/2.
Datum uitspraak: 11 maart 2004

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 21 januari 2004 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Wageningen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2003 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen (hierna: het college) aan [vergunninghouders] bouwvergunning verleend voor het uitbreiden van de woning aan de [locatie] te [plaats] door middel van een kapconstructie.

Bij besluit van 22 augustus 2003 heeft het college het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 21 januari 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 30 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 3 februari 2004, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 30 januari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 3 februari 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 4 maart 2004, waar verzoekster in persoon en het college, vertegenwoordigd door C.A. Murray, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts zijn [vergunninghouders] in persoon, bijgestaan door mr. W.G. Tideman, gemachtigde, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in de plaatsing van een kap op een bestaande woning met twee bouwlagen en een plat dak.

2.2. Blijkens de bouwtekeningen heeft de kap twee schuine en twee rechtopgaande zijden en wordt hij door wanden met deuren verdeeld in twee ruimten met daartussen een vaste trap naar de ondergelegen verdieping. Aan drie van de vier zijden van de kap bevindt zich een raam. In het middelste deel van de kap is de binnenwerkse hoogte 2,30 meter. De hoogte van de ondergelegen verdieping is ongeveer 2,35 meter. Gelet hierop en gezien de in artikel 406 van het hier toepasselijke Bouwbesluit opgenomen mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van het in artikel 45 van die regeling opgenomen voorschrift dat een verblijfsruimte in een woning ten minste een hoogte van 2,40 meter heeft, bestaat bij de Voorzitter gerede twijfel of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de kap niet kan worden aangemerkt als een derde, ingevolge het bestemmingsplan “Hamelakkers 1978” niet toegestane, bouwlaag.

2.3. Gelet hierop, en op de betrokken belangen, bestaat aanleiding na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.4. Niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Wageningen van 25 maart 2003 en 22 augustus 2003, kenmerk onderscheidenlijk 02/41279/Vbwm en 03/20541/Vbwm;

II. gelast dat de gemeente Wageningen aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 175,00) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Boer, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Boer
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2004

201.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon