Uitspraak 202600084/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3789
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 27 november 2025 in zaak nr. 23/3538. [partij] heeft een exploitatievergunning gekregen voor een seksinrichting aan [locatie 1]-[locatie 2] in Leeuwarden. [appellant] wil in hetzelfde pand een seksinrichting kunnen exploiteren. Daarom is hij het er niet mee eens dat de burgemeester van Leeuwarden de exploitatievergunning aan [partij] heeft gegeven.
- Hoger beroep
- Openbaarheid
Toon inhoud
202600084/2/A3.
Datum beslissing: 1 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het hoger beroep van:
[appellant] mede namens zijn gelijknamige eenmanszaak, wonend in [woonplaats],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 27 november 2025 in zaak nr. 23/3538 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Leeuwarden.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 27 november 2025 in zaak nr. 23/3538.
De burgemeester heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het gaat om het advies en een aanvullend advies met bijlagen van het Landelijk Bureau Bibob over de vergunningaanvraag van [partij] (het Bibob-advies) en om een eerder besluit van de burgemeester over de vergunningaanvraag van [appellant] (het eerdere primaire besluit).
[appellant] en [partij] hebben reacties ingediend.
Overwegingen
Inleiding
1. [partij] heeft een exploitatievergunning gekregen voor een seksinrichting aan [locatie 1]-[locatie 2] in Leeuwarden. [appellant] wil in hetzelfde pand een seksinrichting kunnen exploiteren. Daarom is hij het er niet mee eens dat de burgemeester de exploitatievergunning aan [partij] heeft gegeven.
Verzoek
2. De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. De gewichtige redenen zijn dat in het Bibob-advies gevoelige persoonsgegevens staan over de directrice van [partij], beheerders en verhuurder en in het eerdere primaire besluit zulk soort gegevens over [appellant]. De burgemeester wijst erop dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hem verplicht om deze gegevens geheim te houden. De burgemeester vindt verder dat [appellant] en [partij] niet worden belemmerd in hun procesvoering omdat zij gedeeltelijk bekend zijn met de informatie.
Reacties
3. Zowel [appellant] als [partij] stemmen in met het verzoek van de burgemeester en verzoeken de Afdeling dat verzoek toe te wijzen.
Beoordeling
4. De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
5. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
6. Het enkele feit dat in de Wet Bibob een regeling over geheimhouding is opgenomen, betekent niet zonder meer dat gewichtige redenen aanwezig zijn als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb die beperking van de kennisneming rechtvaardigen. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb moet ook in dit geval worden beoordeeld of zodanig gewichtige redenen aanwezig zijn dat uitsluitend de bestuursrechter kennis mag nemen van de stukken. Bij deze beoordeling moet echter gewicht worden toegekend aan het uit de Wet Bibob blijkende belang bij geheimhouding van Wet Bibob-gegevens (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 4 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3686).
7. De Afdeling heeft kennisgenomen van de stukken. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang dat [appellant] kennisneemt van het Bibob-advies en [partij] van het eerdere primaire besluit in dit geval minder zwaar dan het uit de Wet Bibob blijkende belang bij geheimhouding van Wet Bibob-gegevens en het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellant] en van de directrice van [partij] en andere. Daarbij is van belang dat deze stukken ook strafrechtelijke gegevens over deze personen bevatten. De Afdeling neemt verder ook in aanmerking dat [appellant] en [partij] niet wezenlijk worden belemmerd in hun procesvoering door de beperkte kennisneming. Zij zijn namelijk in essentie op de hoogte van de vermeende strafbare feiten waar het om gaat en zij ondersteunen het verzoek van de burgemeester.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026