Uitspraak BRS.26.002928
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3749
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten om een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, niet te behandelen.
- Voorlopige voorziening
- Regulier
Toon inhoud
BRS.26.002928
ECLI:NL:RVS:2026:3749
Datum uitspraak: 1 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 27 mei 2026 in zaak nr. NL24.48370 in het geding tussen:
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten om een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, niet te behandelen.
Bij besluit van 8 november 2024 heeft de minister het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 27 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier.
w.g. Stoové
voorzieningenrechter
w.g. Gerritsjans-van Essen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026
1078