Uitspraak 202601936/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3772
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de burgemeester van Enscheder de vergunning van [verzoeker] op grond van de Drank- en Horecaverordening van de gemeente Enschede voor [coffeeshop], gevestigd aan de [locatie] te Enschede, ingetrokken. [verzoeker] betoogt dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat door de uitspraak van de rechtbank van 23 juni 2026 de exploitatie van de coffeeshop in gevaar komt.
- Voorlopige voorziening
- Drank en horeca
- Verordeningen
Toon inhoud
202601936/2/A3.
Datum uitspraak: 1 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend in Enschede,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 juni 2026 in zaak nr. 25/3472 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de burgemeester van Enschede.
Procesverloop
Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de burgemeester de vergunning van [verzoeker] op grond van de Drank- en Horecaverordening van de gemeente Enschede voor [coffeeshop], gevestigd aan de [locatie] te Enschede, ingetrokken.
Bij besluit van 20 juni 2025 heeft de burgemeester de gedoogbeschikking voor deze coffeeshop geweigerd.
Bij uitspraak van 9 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank deze besluiten geschorst tot een week na bekendmaking van het besluit op de bezwaren.
Bij besluit van 26 november 2025 heeft de burgemeester de door [verzoeker] tegen de besluiten van 16 juni 2025 en 20 juni 2025 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft op 2 december 2025 en vervolgens bij uitspraak van 10 maart 2026 een ordemaatregel en voorlopige voorziening getroffen, inhoudende dat de besluiten van 16 juni 2025, 20 juni 2025 en 9 juli 2025 zijn geschorst totdat uitspraak op het beroep is gedaan.
Bij uitspraak van 23 juni 2026 heeft de rechtbank het door [verzoeker] tegen het besluit van 26 november 2025 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
2. [verzoeker] betoogt dat hij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat door de uitspraak van de rechtbank van 23 juni 2026 de exploitatie van de coffeeshop in gevaar komt. Omdat de gevraagde voorlopige voorziening op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk kan worden beoordeeld, ziet de voorzieningenrechter, bij afweging van de betrokken belangen, aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Die ordemaatregel houdt in dat de intrekking van de vergunning en weigering van de gedoogbeschikking worden geschorst en [verzoeker] moet worden behandeld als ware hij in bezit van een gedoogbeschikking voor [coffeeshop]. Dit betekent dat [verzoeker] de exploitatie van zijn coffeeshop kan voortzetten. Aan het belang van de burgemeester wordt tegemoetgekomen door op 9 juli 2026 een zitting te houden waar zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te wijzigen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van de burgemeester van Enschede van 16 juni 2025 en 20 juni 2025 en 26 november 2025;
II. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat [verzoeker] moet worden behandeld als ware hij in het bezit van een gedoogbeschikking voor [coffeeshop].
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.C. Bus, griffier.
w.g. Van Ravels
voorzieningenrechter
w.g. Bus
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026
1013