Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202306452/1/R2

Uitspraak 202306452/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3674
Datum uitspraak
24 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught aan Boschvast B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van twee zorgwoningen tot vier woningen aan de Kleine Weidehoeve 15 en 17 in Vught. Boschvast B.V. is eigenaar van de twee voormalige zorgwoningen. Zij wil de twee woningen verbouwen tot vier woningen met de adressen Kleine Weidehoeve 15, 15A, 17 en 17A. [appellant] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de splitsing van de woningen. Hij vreest dat het plan zal leiden tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder wat betreft de verkeersveiligheid.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202306452/1/R2.
Datum uitspraak: 24 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Vught,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 18 september 2023 in zaken nrs. 22/740 en 22/832 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Vught.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college aan Boschvast B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van twee zorgwoningen tot vier woningen aan de Kleine Weidehoeve 15 en 17 in Vught.

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de omgevingsvergunning opnieuw verleend.

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college het besluit van 15 februari 2022 gewijzigd door ook een omgevingsvergunning te verlenen voor de afwijkende gevelmaat van de woningen.

Bij uitspraak van 18 september 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de besluiten van 15 februari 2022 en 3 augustus 2022 gegrond verklaard, het besluit van 15 februari 2022 vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college en Boschvast B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant], het college en Boschvast B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 1 april 2026, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door I.A.G.J. Reijnders, zijn verschenen. Verder is op de zitting Boschvast B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. E. Beele, als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het hoger beroep blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

Inleiding

2.       Boschvast B.V. is eigenaar van de twee voormalige zorgwoningen. Zij wil de twee woningen verbouwen tot vier woningen met de adressen Kleine Weidehoeve 15, 15A, 17 en 17A. [appellant] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de splitsing van de woningen. Hij vreest dat het plan zal leiden tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder wat betreft de verkeersveiligheid.

[appellant] is belanghebbende

3.       Het college betoogt in hoger beroep tevergeefs dat [appellant] geen belanghebbende is. De Afdeling is van oordeel dat [appellant] belanghebbende is bij deze procedure, zoals het college zelf ook heeft geoordeeld in het besluit op bezwaar van 15 februari 2022, omdat zijn woning op korte afstand is gelegen van de woningen aan de Kleine Weidehoeve 15 en 17. Gelet hierop behandelt de Afdeling het beroep van [appellant] dan ook inhoudelijk.

Geen nieuwe gronden in hoger beroep

4.       Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd over de uitgebreide voorbereidingsprocedure, straatverlichting, fysieke afscherming van het voetpad en het recht van overpad, heeft hij niet eerder in beroep aangevoerd. In het omgevingsrecht kunnen beroepsgronden niet voor het eerst in hoger beroep worden aangevoerd. Een uitzondering wordt gemaakt als uitgesloten is dat andere belanghebbenden daardoor worden benadeeld. Die uitzondering doet zich bij deze beroepsgronden niet voor. De Afdeling zal deze beroepsgronden dus niet inhoudelijk bespreken.

De Afdeling sluit aan bij het oordeel van de rechtbank

5.       De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd over de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, parkeren, verkeersveiligheid, uitwegvergunning, de afwezigheid van bergingen en vluchtroutes en de sloopwerkzaamheden, asbestinventarisatierapport en containers heeft hij ook in beroep aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 11.1, 13.1-13.3, 14.2, 15.2, 17.1-17.3 en 18.1 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

5.1.    De Afdeling voegt daaraan nog toe dat de veronderstelling van [appellant] dat in de Parkeerbeleid en parkeernota 2013-2022 (de parkeernota) wordt verwezen naar de toepasselijke normen van het CROW en de NEN-2442 voor de afmeting van een parkeerplaats en de bereikbaarheid daarvan onjuist is. In de parkeernota worden de parkeerkengetallen van het CROW weliswaar gehanteerd voor het bepalen van de beschikbare parkeerruimte, maar dat betekent niet dat de afmeting van een parkeerplaats of de bereikbaarheid daarvan op grond van de parkeernota ook moet voldoen aan de normen van het CROW.

5.2.    Verder is de Afdeling evenals de rechtbank van oordeel dat het college gevolgd kan worden in het standpunt dat alle parkeerplaatsen bij de vier woningen bereikbaar en bruikbaar zijn. Het betoog van [appellant] dat parkeerplaats 2 niet bereikbaar is, volgt de Afdeling niet, omdat op de bouwtekening bij de verleende vergunning de verticale steunpilaar buiten het parkeervak is getekend. De rijcurvesimulaties uit het deskundigenrapport van DAT.mobility laten bovendien zien dat in ieder parkeervak geparkeerd kan worden door een auto, zij het door goed te manoeuvreren en een aantal keer te steken. Mocht de feitelijke situatie van de parkeerplaatsen afwijken van de vergunde situatie, dan is dat een kwestie van handhaving door het bevoegd gezag.

5.3.    Ten slotte voegt de Afdeling nog toe dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de belangen van omwonenden, waaronder de belangen van [appellant], zijn meegenomen in de afweging om de vergunning te verlenen. Weliswaar is het woord ‘omwonenden’ weggevallen in de motivering van het college dat de verleende vergunning geen onevenredige gevolgen heeft voor omwonenden, maar in het besluit op bezwaar zijn meerdere dragende argumenten opgenomen voor deze motivering. Overigens verandert de situatie door de verleende vergunning niet noemenswaardig, omdat het nog steeds gaat om woningen waarvan de auto’s op eigen terrein geparkeerd moeten worden.

Conclusie

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.

w.g. Blomberg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Ahmady-Pikart
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026

638-1186


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon