Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202406038/1/A3

Uitspraak 202406038/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3669
Datum uitspraak
24 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen de ‘Waardevolle bomenkaart Drimmelen 2022’ vastgesteld. De raad van de gemeente Drimmelen werkt sinds 2017 met een openbare waardevolle bomenkaart. Op grond van artikel 4:11, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Drimmelen 2021 (Apv) geldt voor op de waardevolle bomenkaart geplaatste bomen een kapverbod, waarvan alleen bij uitzondering kan worden afgeweken. Op de bomenkaart kunnen zowel bomen worden geplaatst die in gemeentelijke eigendom zijn, als die in particuliere eigendom zijn. De waarde van de bomen wordt bepaald met een boomwaarderingssysteem op basis waarvan bomen een bepaald aantal punten kunnen scoren. Hiervoor zijn verschillende beoordelingscriteria vastgesteld met elk een eigen wegingsfactor. Bomen met een puntscore van 35 of meer worden op de waardevolle bomenkaart geplaatst. Drie bomen op het perceel van [appellanten] staan op deze kaart. In de aanvullende motivering van 27 maart 2024 heeft het college per boom een toelichting op het rekenblad gegeven en de drie bomen opnieuw op de kaart geplaatst. [appellanten] zijn het niet eens met dit besluit.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202406038/1/A3.
Datum uitspraak: 24 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in Made, gemeente Drimmelen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 19 augustus 2024 in zaak nr. 23/3166 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college de ‘Waardevolle bomenkaart Drimmelen 2022’ vastgesteld.

Bij besluit van 26 april 2023 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het besluit in stand gelaten.

Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 april 2023 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellanten] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 16 december 2025, waar [appellanten], bijgestaan door mr. S.R.P Bastiaans en mr. L.L.C. van Happen, advocaten in Maastricht en Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door J.M.A. Godschalk, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       De raad van de gemeente Drimmelen werkt sinds 2017 met een openbare waardevolle bomenkaart. Op grond van artikel 4:11, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Drimmelen 2021 (Apv) geldt voor op de waardevolle bomenkaart geplaatste bomen een kapverbod, waarvan alleen bij uitzondering kan worden afgeweken. Op de bomenkaart kunnen zowel bomen worden geplaatst die in gemeentelijke eigendom zijn, als die in particuliere eigendom zijn. De waarde van de bomen wordt bepaald met een boomwaarderingssysteem op basis waarvan bomen een bepaald aantal punten kunnen scoren. Hiervoor zijn verschillende beoordelingscriteria vastgesteld met elk een eigen wegingsfactor. Bomen met een puntscore van 35 of meer worden op de waardevolle bomenkaart geplaatst.

Met het besluit van 22 februari 2022 heeft het college de ‘Waardevolle bomenkaart Drimmelen 2022’ vastgesteld. Drie bomen op het perceel van [appellanten] staan op deze kaart. In de aanvullende motivering van 27 maart 2024 heeft het college per boom een toelichting op het rekenblad gegeven en de drie bomen opnieuw op de kaart geplaatst. [appellanten] zijn het niet eens met dit besluit.

Uitspraak van de rechtbank

2.       De rechtbank heeft het beroep van [appellanten] gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het besluit van 26 april 2023 in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het motiveringsgebrek heeft hersteld. Het college heeft in de aanvullende motivering met foto’s inzichtelijk gemaakt over welke bomen op het perceel van [appellanten] het gaat. Per boom is een toelichting op het rekenblad gegeven. Het college heeft het criterium ‘duurzaamheid’ toegelicht en boom 2 herbeoordeeld. De rechtbank heeft overwogen dat boom 2 weldegelijk gedeeltelijk te zien is vanaf de openbare weg naast en voor de oprit van [appellanten]. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de raad van de gemeente Drimmelen in het Integrale groenbeleidsplan 2017-2026 heeft vastgelegd dat de waarde van individuele bomen wordt bepaald aan de hand van een bomenwaarderingssysteem. De raad heeft ingestemd met de door het college voorgestelde uitgangspunten voor de waardevolle bomenkaart, zoals de boomwaarderingscriteria en het systeem van de puntentelling. De raad heeft toen ook ingestemd met de keuze om bomen met een puntenscore van 35 of meer op de waardevolle bomenkaart te plaatsen. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft het college nu niet meer te motiveren waarom zij bij de beoordeling van de bomen op het perceel van [appellanten] heeft gekozen voor dit rekenmodel en de daarin opgenomen toetsingscriteria.

Beoordeling van het hoger beroep

3.       [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het college het motiveringsgebrek heeft hersteld. Volgens hen heeft het college de individuele beoordeling van de bomen nog steeds niet juist onderbouwd. Uit het door hem overgelegde deskundigenverslag van Pius Floris Onderzoek en Advies, waarin een deskundige de bomen ook heeft beoordeeld aan de hand van de gemeentelijke boomwaarderingscriteria, volgt dat boom 2 en 3 niet de benodigde grens van 35 punten halen. Daarnaast heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het college niet meer hoeft te motiveren waarom hij bij de beoordeling van de bomen op het perceel van [appellanten] heeft gekozen voor dit gebruikte rekenmodel en de daarbij behorende beoordelingscriteria.

Verder voeren [appellanten] aan dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgrond die ziet op het ontbreken van een kenbare belangenafweging door het college. Het plaatsen van bomen op de waardevolle bomenkaart is een inperking van hun eigendomsrecht en het is niet duidelijk waarom het belang van de plaatsing op de bomenkaart zwaarder dient te wegen. Daarbij vragen [appellanten] zich af of het college de bevoegdheid heeft om bomen op de kaart te plaatsen die slechts gedeeltelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Met die bomen is volgens hen geen openbaar gemeentelijk belang gemoeid.

4.       De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het motiveringsgebrek heeft hersteld. De Afdeling legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel komt.

4.1.    Het college moet bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Ook moet het college een besluit op bezwaar deugdelijk motiveren. Dit volgt uit de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De raad heeft met het Integrale groenbeleidsplan 2017-2026 vastgelegd dat de gemeente gaat werken met een waardevolle bomenkaart. De raad heeft op 14 november 2019 ingestemd met de door het college voorgestelde uitgangspunten voor deze waardevolle bomenkaart, waaronder de boomwaarderingscriteria en het puntensysteem. Daarbij is het college aangesloten bij landelijke standaardcriteria. Anders dan [appellanten] betogen, hoefde het college het toe te passen rekenmodel en de te hanteren criteria op zichzelf dan ook niet opnieuw te motiveren bij het besluit over de plaatsing van de bomen op de kaart.

Maar het college moet wel de toepassing van het rekenmodel en de criteria motiveren. Dat betekent dat het college deugdelijk moet motiveren waarom een boom op de kaart geplaatst wordt. Ook moet het college hierbij de af te wegen belangen betrekken. De Afdeling is van oordeel dat het college dat in dit geval niet voldoende heeft gedaan. Zo is niet deugdelijk onderbouwd welk openbaar gemeentelijk belang gediend is met de plaatsing van deze bomen op de kaart. Daarbij acht de Afdeling van belang dat het college in de besluitvorming onvoldoende heeft betrokken dat het gaat om bomen in particulier eigendom. In het schriftelijke stuk van de raadsvergadering van 14 november 2019 is weliswaar benoemd dat ook particuliere bomen op de kaart kunnen worden geplaatst, maar het college heeft niet toegelicht waarom het algemeen belang dat het nastreeft met de waardevolle bomenkaart in dit geval zwaarder dient te wegen. Op de zitting bij de Afdeling heeft het college deze belangenafweging ook niet inzichtelijk gemaakt. Daarom komt de Afdeling tot het oordeel dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd.

Het betoog slaagt.

5.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd, voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand heeft gelaten. Dit betekent dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Daarvoor krijgt het college tien weken.

6.       Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.

7.       Het college moet de proceskosten vergoeden.

8.       De redelijke termijn is voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. Vanaf het ontvangst van het bezwaar van [appellanten] tot aan de huidige uitspraak zijn 4 jaar en bijna 3 maanden verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn met bijna 3 maanden is overschreden. Uitgaande van een forfaitair bedrag van € 500,00 per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond, bedraagt het aan [appellanten] toe te kennen bedrag € 500,00. Omdat de termijnoverschrijding aan het college is toe te rekenen, wordt de vergoeding van de schade uitgesproken ten laste van het college.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant van 19 augustus 2024 in zaak nr. 23/3166, voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 26 april 2023 in stand zijn gelaten;

III.      draagt het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen op om binnen tien weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen;

IV.     bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

V.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen tot betaling aan [appellant A] en [appellant B] van een schadevergoeding van € 500,00;

VI.     veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen tot vergoeding van bij [appellant A] en [appellant B] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII.     gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 279,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier.

w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bindels
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026

85-1166


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon