Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500234/1/A3

Uitspraak 202500234/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3494
Datum uitspraak
17 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college op 24 januari 2022 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie aan de Spoorlaan in Zwammerdam in de periode vanaf 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2022 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op dat moment was de Woo in werking getreden, wat betekent dat de Woo van toepassing is op het verzoek van [appellant]. Het college heeft toepassing gegeven aan de uitzonderingsgronden in artikel 5.1, eerste lid, onder c en artikel 5.1, tweede lid, onder b, e en f, van de Woo. Het college heeft bij het besluit van 20 oktober 2023 meer documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de zoekslag is uitgevoerd. Het is volgens de rechtbank niet duidelijk in welke systemen en op basis van welke zoektermen het college heeft gezocht.
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500234/1/A3.
Datum uitspraak: 17 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Zwammerdam, gemeente Alphen aan den Rijn,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 december 2025 in zaak nr. 23/7014 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn.

Procesverloop

Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 31 augustus 2022 herroepen en een nieuw besluit genomen waarbij het documenten openbaar heeft gemaakt.

Bij uitspraak van 5 december 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 20 oktober 2023 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit omdat het college nog geen uitvoering heeft gegeven aan de door de rechtbank gegeven opdracht.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 mei 2026, waar [appellant], bijgestaan door F. van der Tempel, rechtsbijstandverlener in Zwammerdam, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] heeft het college op 24 januari 2022 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie aan de Spoorlaan in Zwammerdam in de periode vanaf 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2022 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op dat moment was de Woo in werking getreden, wat betekent dat de Woo van toepassing is op het verzoek van [appellant]. Het college heeft toepassing gegeven aan de uitzonderingsgronden in artikel 5.1, eerste lid, onder c en artikel 5.1, tweede lid, onder b, e en f, van de Woo. Het college heeft bij het besluit van 20 oktober 2023 meer documenten openbaar gemaakt.

2.       De rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de zoekslag is uitgevoerd. Het is volgens de rechtbank niet duidelijk in welke systemen en op basis van welke zoektermen het college heeft gezocht. Ook is niet duidelijk hoe het college de documenten beoordeeld heeft. Daarnaast heeft [appellant] voldoende aannemelijk gemaakt dat er nog meer documenten bij het college berusten die onder het Woo-verzoek vallen. De rechtbank komt aan het bespreken van de overige beroepsgronden niet toe. De rechtbank heeft het besluit van 20 oktober 2023 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Wettelijk kader

3.       De voor deze zaak van belang zijnde bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Hoger beroep

4.       [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft nagelaten in de uitspraak een oordeel te geven over enkele van zijn beroepsgronden. Ook heeft de rechtbank niet onderkend dat het college in strijd heeft gehandeld met artikel 7:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) door geen verslag van het horen bij het besluit van 20 oktober 2023 toe te sturen. Verder heeft de rechtbank niet onderkend dat het college een zoekslag had moeten verrichten binnen de afdeling Onderwijs en dat het college totaalbedragen van offertes en facturen openbaar had moeten maken, aldus [appellant].

5.       De Afdeling heeft op de zitting begrepen dat [appellant] ervoor vreest dat enkele van de door hem aangedragen gronden zijn prijsgegeven omdat de rechtbank over deze gronden geen oordeel heeft gegeven. Hiervoor bestaat geen grond. De rechtbank heeft het besluit van 20 oktober 2023 volledig vernietigd. Dit betekent dat het college opnieuw moet beslissen op het door [appellant] gemaakte bezwaar. De rechtbank heeft het college opgedragen dit te doen met inachtneming van haar uitspraak. Daaruit volgt ook dat de gronden die [appellant] tegen het besluit van 31 augustus 2022 heeft aangevoerd en die in het besluit van 20 oktober 2023 niet zijn besproken, omdat de rechtbank daar niet aan toe kwam, alsnog door het college bij het nieuwe besluit moeten worden betrokken. Dit zijn ook gronden die [appellant] in beroep en in hoger beroep heeft aangevoerd. Met zijn overige hogerberoepsgronden kan [appellant] dan ook niets meer bereiken. Er staan voor [appellant] weer rechtsmiddelen open zodra het college een nieuw besluit heeft genomen.

5.1.    Het betoog slaagt niet. Het hoger beroep is ongegrond.

Beroep niet-tijdig beslissen

6.       [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar, nadat de rechtbank het college daartoe de opdracht heeft gegeven. Het college heeft nog geen nieuw besluit genomen. Het beroep van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank is daarom gegrond. De Afdeling zal het college opdragen om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een nieuw besluit op het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 31 augustus 2022 te nemen. De Afdeling zal aan deze uitspraak een dwangsom verbinden voor iedere dag dat het college in gebreke blijft de uitspraak van de rechtbank na te leven.

Conclusie

7.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank zal worden bevestigd. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is gegrond.

8.       Het college moet de proceskosten voor het beroep tegen het

niet-tijdig beslissen vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn van 31 augustus 2022 gegrond;

III.      draagt het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn op om uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van [appellant] en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV.     bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan [appellant] een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn de hiervoor genoemde termijn voor de bekendmaking van het besluit overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 per dag bedraagt, met een maximum van € 15.000,00;

V.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep niet tijdig beslissen opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Dijkshoorn, griffier.

w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Dijkshoorn
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026

735-1104

BIJLAGE

Wet open overheid

Artikel 5.1. Uitzonderingen

1.       Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

(…)

c.       bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;

(…)

2.       Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

(…)

b.       de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter;

(…)

e.       de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

f.       de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;

(…)

(…)


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon