Uitspraak 202306720/3/R1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3484
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Noord-Holland
Toon inhoud
202306720/3/R1.
Datum uitspraak: 17 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
en
de raad van de gemeente Zaanstad,
verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen.
De Afdeling heeft het verzoek van de raad om verlenging van de termijn voor het nemen van een herstelbesluit afgewezen.
De raad heeft niet binnen de gestelde termijn aan de opdracht voldaan.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. Artikel 22.7 van de planregels van dat plan luidt: "Het gebruik van het gebouw aan [locatie] te Assendelft voor wonen mag worden voortgezet en wel uitsluitend door de persoon die op het moment van kracht worden van dit plan volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zaanstad als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het betreffende adres. Een persoon of groep personen die deel uitmaken van het huishouden van de hoofdbewoner mogen in het gebouw wonen zolang ze inwonen bij degene, die als hoofdbewoner dan wel als diens partner volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zaanstad op het betreffende adres staat ingeschreven op het moment van het van kracht worden van dit plan."
Bij besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 heeft de raad dit plan gewijzigd. De raad heeft daarbij - voor zover hier van belang - opnieuw de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend aan het perceel. Verder is in artikel 2 van de bij deze twee besluiten behorende planregels bepaald dat de planregels van het plan van 12 oktober 2023 - kort gezegd en voor zover hier van belang - van toepassing zijn, waaronder dus artikel 22.7 van de planregels van dat bestemmingsplan. Dat betekent dat het persoonsgebonden overgangsrecht voor het perceel Vaartdijk 22.7 ook van toepassing blijft onder de plannen van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024.
[appellant] heeft beroepen van rechtswege tegen de plannen van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024.
2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.
3. De tussenuitspraak verplicht, gelet op artikel 8:51d, in samenhang met artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb, de raad om de geconstateerde gebreken te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De hersteltermijn in de voorliggende procedure eindigde op 18 februari 2026. Deze termijn is ongebruikt verstreken, zodat niet is voldaan aan de door de Afdeling in de tussenuitspraak gegeven opdracht. De geconstateerde gebreken zijn dan ook niet hersteld.
4. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, zijn de bestemmingsplannen van 12 oktober 2023, 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 vastgesteld in strijd met artikel 3:46 en artikel 3:2 van de Awb, voor zover het de bestemming "Agrarisch met waarden" in samenhang met artikel 22.7 van de planregels van het plan van 12 oktober 2023 en de van overeenkomstige toepassing verklaring daarvan in de besluiten van 30 mei 2024 en 17 oktober 2024 betreft. Het beroep van [appellant] is daarom gegrond en de besluiten moeten in zoverre worden vernietigd.
De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in de elektronisch vastgestelde plannen die te raadplegen is op de landelijke voorziening. Het gevolg hiervan is dat het bestemmingsplan "Saendelft" weer van toepassing is op het perceel [locatie].
Proceskosten
5. De raad hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen van [appellant] gegrond;
II. vernietigt de besluiten van de raad van de gemeente Zaanstad van 12 oktober 2023, 30 mei 2024 en 17 oktober 2024, waarbij respectievelijk de bestemmingsplannen "Noorderveen", "Herstelbesluit bestemmingsplan Noorderveen" en "Herstelbesluit bestemmingsplan Noorderveen (horeca)" zijn vastgesteld, voor zover in deze drie bestemmingsplannen de bestemming "Agrarisch met waarden" is toegekend aan het perceel [locatie] te Assendelft en voor zover het artikel 22.7 van de planregels van het bestemmingsplan "Noorderveen" van 12 oktober 2023 betreft;
III. draagt de raad van de gemeente Zaanstad op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in de elektronisch vastgestelde plannen die te raadplegen zijn op de landelijke voorziening;
IV. gelast dat de raad van de gemeente Zaanstad aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Van Helvoort
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2026
361