Uitspraak 202500374/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:3312
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Inhoudsindicatie
- [appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Dirkshorn. Hij wil naar zijn woning een directe drinkwateraansluiting van Puur Water en Natuur (PWN), het drinkwaterbedrijf van de provincie Noord-Holland. Omdat PWN hem de gewenste drinkwateraansluiting niet wil geven, heeft [appellant] de minister verzocht om handhavend op te treden tegen Lecc wegens het illegaal doorleveren van drinkwater. Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13931, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
- Hoger beroep
- Mondelinge uitspraak
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
202500374/1/A3.
Datum uitspraak: 3 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 december 2024 in zaak nr. 23/551 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Openbare zitting gehouden op 3 juni 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
Staatsraad mr. M.C. Stoové, lid
Staatsraad mr. J.A.W. Huijben, lid
griffier: mr. A.G.L. Soetens
Verschenen:
[appellant];
de minister, vertegenwoordigd door mr. K. Ulmer, vergezeld door G.C. Kuiperij;
Lecc Exploitatie De Horn B.V. (Lecc), vertegenwoordigd door M.P.J. Limmen.
[appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Dirkshorn. Hij wil naar zijn woning een directe drinkwateraansluiting van Puur Water en Natuur (PWN), het drinkwaterbedrijf van de provincie Noord-Holland. Omdat PWN hem de gewenste drinkwateraansluiting niet wil geven, heeft [appellant] de minister verzocht om handhavend op te treden tegen Lecc wegens het illegaal doorleveren van drinkwater.
Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13931, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Beslissing:
De Afdeling
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
• [appellant] ontvangt drinkwater via een collectief leidingnet van Lecc. Dat [appellant] permanent in zijn woning woont, betekent niet dat de uitzondering van het verbod op het distribueren van drinkwater van artikel 4, aanhef en onder a, onderdeel 3, van de Drinkwaterwet (Dww) niet meer van toepassing is. Er is dus geen overtreding van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dww.
• Daarnaast kent artikel 8, eerste lid, van de Dww geen aansluitplicht, maar alleen een plicht om aan degene die daarom verzoekt, een aanbod te doen om hem te voorzien van een aansluiting op het door het drinkwaterbedrijf beheerde leidingnet. Het beleid van PWN om geen eigen aansluitingen in bungalowparken te geven is daarom niet in strijd met de Dww.
• [appellant] heeft niet onderbouwd dat het aan hem geleverde drinkwater niet deugdelijk is. De conclusie van de legionella risicoanalyse en het beheersplan is dat er geen afwijkingen zijn. [appellant] stelt daar niets tegenover. De minister hoefde daarom niet te handhaven.
• De rechtbank heeft dus op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het hoger beroep is ongegrond.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Soetens
griffier
1072