Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500892/1/V1

Uitspraak 202500892/1/V1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3112
Datum uitspraak
29 mei 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 6 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de aanvraag van betrokkene afgewezen als ongegrond, betrokkene opgedragen om binnen vier weken de Europese Unie te verlaten en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
  • Hoger beroep
  • Asiel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500892/1/V1.
Datum uitspraak: 29 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 februari 2025 in zaak nr. NL24.46705 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Bij uitspraak van 6 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de aanvraag van betrokkene afgewezen als ongegrond, betrokkene opgedragen om binnen vier weken de Europese Unie te verlaten en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Op verzoek van de Afdeling hebben de minister en betrokkene schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van 1 augustus 2025, Alace, ECLI:EU:C:2025:591.

Overwegingen

1.       De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat Senegal in het algemeen en voor betrokkene in het bijzonder een veilig land van herkomst is. De minister heeft Senegal namelijk op grond van artikel 3.37f, vierde lid, aanhef en onder a, van het VV 2000 aangemerkt als een veilig land van herkomst, behalve voor personen die behoren tot de LHBTIQ+-gemeenschap en personen die te maken krijgen met strafrechtelijke vervolging. Betrokkene heeft zich niet op het standpunt gesteld tot een van deze categorieën te behoren. In zijn eerste grief klaagt de minister tevergeefs over het oordeel van de rechtbank dat hij Senegal ten onrechte als veilig land van herkomst heeft aangemerkt. In de uitspraak van 16 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1438, onder 4.1, heeft de Afdeling namelijk overwogen dat het Hof in het arrest Alace voor recht heeft verklaard dat er bij de aanwijzing van een veilig land van herkomst geen categorieën personen uitgezonderd mogen worden. De minister heeft dat in zijn schriftelijke reactie ook onderkend. Uit het voorgaande volgt dat de opgeworpen vraag kan worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof. Gelet op de arresten van het Hof van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. De grief slaagt niet.

2.       De minister klaagt evenwel in zijn tweede grief terecht dat de rechtbank ten onrechte, door zelf in de zaak te voorzien, de aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, heeft afgewezen als ongegrond. Ook heeft de rechtbank betrokkene ten onrechte opgedragen om binnen vier weken de Europese Unie te verlaten en heeft zij ten onrechte het inreisverbod vernietigd. De minister heeft namelijk de aanvraag niet alleen afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat betrokkene afkomstig is uit een veilig land van herkomst (artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000). De rechtbank is eraan voorbijgegaan dat de minister de aanvraag ook heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat betrokkene bij de indiening van zijn aanvraag en de toelichting van de feiten alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen voor het antwoord op de vraag of hij in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel (artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000). Betrokkene heeft dat standpunt van de minister niet betwist. Alleen al daarom slaagt het betoog van de minister. De minister heeft gelet daarop terecht de aanvraag van betrokkene afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. Ook mocht de minister daarom betrokkene een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod tegen hem uitvaardigen. De tweede grief roept geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest Remling, punt 24). De grief slaagt.

3.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank de aanvraag van betrokkene heeft afgewezen als ongegrond, betrokkene heeft opgedragen om binnen vier weken de Europese Unie te verlaten en heeft bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Uit een oogpunt van definitieve geschilbeslechting laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het door de rechtbank vernietigde besluit in stand (artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb). Dit betekent dat het besluit feitelijk toch blijft gelden. De minister heeft de aanvraag van betrokkene namelijk ook terecht afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het hoger beroep gegrond;

II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 6 februari 2025 in zaak nr. NL24.46705, voor zover de rechtbank de aanvraag van betrokkene heeft afgewezen als ongegrond, betrokkene heeft opgedragen om binnen vier weken de Europese Unie te verlaten en heeft bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 22 november 2024, V-[...];

III.      bevestigt die uitspraak voor het overige;

IV.     bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. De Poorter
voorzitter

w.g. Van den Oosterkamp
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026

941-1078


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon