Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503660/1/A2

Uitspraak 202503660/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3195
Datum uitspraak
3 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 mei 2021 (het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen besloten dat gemotoriseerd verkeer uitsluitend via de Volsellastraat naar de Griftdijk kan rijden. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het verkeersbesluit. De bewoners van de Volsellastraat willen niet dat het verkeer van en naar park Waaijenstein via de Volsellastraat ontsluit. De bewoners van park Waaijenstein en Landgoed Oosterhout willen geen omweg maken via de Volsellastraat om de Griftdijk te bereiken. Volgens [appellant] en anderen is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat het college geen rekening heeft gehouden met het rapport van Veilig Verkeer Nederland waarin staat dat de huidige ontsluiting via de Van Boetzelaerstraat veiliger is dan de omweg via de Volsellastraat. Ook is het besluit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het college de overeenkomst met baron Van Boetzelaer naast zich neer heeft gelegd. Bovendien is geen rekening gehouden met de wensen van de bewoners die hun bezwaren hebben geuit en is er onvoldoende draagvlak voor de beoogde ontsluiting via de Volsellastraat.
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503660/1/A2.
Datum uitspraak: 3 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] en anderen, wonend in Nijmegen,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 mei 2025 in zaak nr. 24/289 in het geding tussen:

[appellant] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2021 (het verkeersbesluit) heeft het college besloten dat gemotoriseerd verkeer uitsluitend via de Volsellastraat naar de Griftdijk kan rijden.

Bij besluit van 5 december 2023 heeft het college de door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaren deels gegrond verklaard en het verkeersbesluit op twee punten aangepast.

Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 mei 2026, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant], vergezeld door [appellant A], en het college, vertegenwoordigd door mr. J. Sanders en J. Meekes, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] en anderen zijn bewoners van woningen aan de Volsellastraat, op het park Waaijenstein en Landgoed Oosterhout. Door het verkeersbesluit kan gemotoriseerd verkeer van en naar Park Waaijenstein en Landgoed Oosterhout voortaan uitsluitend via de Volsellastraat naar de Griftdijk rijden. De rechtstreekse route via de Van Boetzelaerstraat wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.

2.       [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het verkeersbesluit. De bewoners van de Volsellastraat willen niet dat het verkeer van en naar park Waaijenstein via de Volsellastraat ontsluit. De bewoners van park Waaijenstein en Landgoed Oosterhout willen geen omweg maken via de Volsellastraat om de Griftdijk te bereiken. Volgens [appellant] en anderen is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat het college geen rekening heeft gehouden met het rapport van Veilig Verkeer Nederland waarin staat dat de huidige ontsluiting via de Van Boetzelaerstraat veiliger is dan de omweg via de Volsellastraat. Ook is het besluit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het college de overeenkomst met baron Van Boetzelaer naast zich neer heeft gelegd. Bovendien is geen rekening gehouden met de wensen van de bewoners die hun bezwaren hebben geuit en is er onvoldoende draagvlak voor de beoogde ontsluiting via de Volsellastraat. Er is dus geen goede belangenafweging gemaakt. Dat blijkt onder andere uit het feit dat het college het belang van de bewoners van de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] heeft laten prevaleren boven dat van vele anderen. Bovendien is het in stand houden van de ontsluiting via de Van Boetzelaerstraat naar de Griftdijk voor alleen deze bewoners in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Verder heeft het college geen rekening gehouden met de verkeersontwikkelingen sinds 2016.

Uitspraak van de rechtbank

3.       De rechtbank heeft onder meer de volgende overwegingen aan haar uitspraak ten grondslag gelegd.

De overeenkomst met baron Van Boetzelaer

4.       Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant] en anderen geen partij zijn bij de overeenkomst en hieraan geen rechten kunnen ontlenen. Voor het oordeel van de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verwezenlijking van het verkeersbesluit in de weg staat bestaat alleen aanleiding wanneer de belemmering een evident karakter heeft. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een duidelijke privaatrechtelijke belemmering om het verkeersbesluit te kunnen uitvoeren. De baron heeft klaarblijkelijk geen aanleiding gezien om zich te beroepen op de overeenkomst. Het is daarbij niet duidelijk of in 1999 al een ontsluiting bestond via de Volsellastraat en het is ook niet gebleken dat een ontsluiting via die weg volgens de contractspartijen niet aan de overeenkomst beantwoordt. Verder is de rechtbank niet gebleken dat [appellant] en anderen aan deze overeenkomst het gerechtvaardigd vertrouwen konden ontlenen dat het college hun woningen blijvend zou ontsluiten via de Van Boetzelaerstraat.

De variantenstudie en het rapport Veilig Verkeer Nederland (VVN)

5.       Het verkeersbesluit is genomen met het oog op verkeersveiligheid, ruimtelijke inpassing en financiële haalbaarheid. Uit het memorandum van 9 november 2021 blijkt niet dat de verkeerssituatie in de Volsellastraat door de extra verkeersbewegingen zodanig onveilig wordt dat het college in redelijkheid niet voor de variant had mogen kiezen zoals in het verkeersbesluit. Hoewel [appellant] en anderen zich beroepen op het rapport van VVN en stellen dat een andere variant aantoonbaar veiliger zou zijn, volgt uit het memorandum niet dat de verkeerssituatie in de Volsellastraat als onveilig moet worden aangemerkt. Dat de voorkeursvariant van [appellant] en anderen op bepaalde punten gunstiger scoort betekent niet dat de gekozen variant evident onzorgvuldig of onrechtmatig is. Het college heeft verder toegelicht dat de gekozen variant niet uitsluitend met het oog op verkeersveiligheid in de Volsellastraat is gemaakt. Ook andere aspecten hebben een rol gespeeld. Het college heeft daarmee voldoende deugdelijk gemotiveerd waarom voor de ontsluitingsvariant via de Van Boetzelaerstraat is gekozen.

Draagvlak

6.       Het is aan het college om, binnen de grenzen van een redelijke belangenafweging, een besluit te nemen over de meest geschikte verkeerskundige oplossing. Het college heeft op de zitting toegelicht dat het draagvlak in de variantenstudie is meegewogen bij het maken van een keuze tussen de varianten. Daarbij heeft het college er op gewezen dat niet alleen rekening is gehouden met het draagvlak onder de omwonenden, maar ook met de (andere) weggebruikers van de Griftdijk. Daarmee heeft het college geen blijk heeft gegeven van een ovenevenwichtige belangenafweging.

Toekomstige ontwikkelingen

7.       Het bestreden besluit moet worden beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden. Dat betekent dat nieuwe feiten of omstandigheden, zoals een mogelijke toekomstige snelheidsverlaging van de Griftdijk naar 30 km/uur, niet meegenomen kunnen worden in die beoordeling. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat het besluit van het college is genomen op basis van de toen beschikbare informatie en dat niet is gebleken dat toekomstige ontwikkelingen noodzakelijkerwijs tot een andere uitkomst zullen leiden.

Hoger beroep

8.       De gronden die [appellant] en anderen in hoger beroep hebben aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] en anderen hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6.1, 7.1 tot en met 7.1.2, 8.1 en 9.2 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd en neemt dat over. Zij voegt daaraan nog toe dat het college op de zitting bij de Afdeling voldoende heeft toegelicht dat het blijven bestaan van de ontsluiting via de Van Boetzelaerstraat voor de bewoners van de woningen op de nummers [locatie 1], [locatie 2] en [locatie] niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Voor die woningen, die zich op een andere locatie bevinden dan die van [appellant] en anderen, dient het stukje Van Boetzelaerstraat dat op de Griftdijk uitkomt namelijk als uitrit.

Conclusie

9.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

10.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.

w.g. Den Ouden
voorzitter

w.g. Yildiz
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026

594-1112


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon