Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601013/1/A2

Uitspraak 202601013/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3106
Datum uitspraak
1 juni 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een verzoek van de stichting om bekostiging van een basisschool geweigerd. De staatssecretaris heeft aan het besluit van 25 februari 2026 ten grondslag gelegd dat de stichting niet heeft voldaan aan de voorwaarde van artikel 74, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Die voorwaarde houdt in dat het bevoegd gezag - in dit geval de stichting - een document overlegt waaruit blijkt dat, onder meer, de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de basisschool zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Het voedingsgebied bestaat volgens de staatssecretaris uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging van de school. De stichting had 23 bevoegde gezagsorganen moeten uitnodigen voor overleg, maar zij heeft binnen de daarvoor geldende termijn slechts negen bevoegde gezagsorganen uitgenodigd.
  • Voorlopige voorziening
  • Onderwijs

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601013/1/A2.
Datum uitspraak: 1 juni 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Awb) in het geding tussen:

de Stichting Waldorf School Amersfoort, gevestigd in Amersfoort,
verzoekster,

en

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de staatssecretaris een verzoek van de stichting om bekostiging van een basisschool geweigerd.

Tegen dit besluit heeft de stichting bezwaar gemaakt.

De stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De stichting heeft een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 21 mei 2026, waar de stichting, vertegenwoordigd door mr. G. Visser, advocaat in Woerden, en [persoon], en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.Y. van Hattum, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       De staatssecretaris heeft aan het besluit van 25 februari 2026 ten grondslag gelegd dat de stichting niet heeft voldaan aan de voorwaarde van artikel 74, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet op het primair onderwijs (Wpo). Die voorwaarde houdt in dat het bevoegd gezag - in dit geval de stichting - een document overlegt waaruit blijkt dat, onder meer, de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de basisschool zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging. Het voedingsgebied bestaat volgens de staatssecretaris uit viercijferige postcodegebieden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen een straal van zes kilometer van de beoogde plaats van vestiging van de school. De stichting had 23 bevoegde gezagsorganen moeten uitnodigen voor overleg, maar zij heeft binnen de daarvoor geldende termijn slechts negen bevoegde gezagsorganen uitgenodigd.

De stichting is het niet eens met de uitleg die de staatsecretaris geeft aan de omvang van het voedingsgebied en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen de afwijzing. Maar ondertussen heeft zij ook de andere bevoegde gezagsorganen uitgenodigd voor overleg. Op de zitting heeft de staatsecretaris gesteld dat dit het gebrek niet zonder meer herstelt omdat die uitnodiging is gedaan buiten de termijn die daar op grond van artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning po 2012 voor geldt en ook niet voorafgaand aan de aanvraag is gedaan.

Ter zitting is verder duidelijk geworden dat, als de stichting in bezwaar in het gelijk wordt gesteld, de school alsnog voor bekostiging voor het schooljaar 2027-2028 in aanmerking kan komen.

2.       De stichting stelt belang te hebben bij een voorlopige voorziening omdat zij zo spoedig mogelijk duidelijkheid wil hebben of zij voor bekostiging voor het schooljaar 2027-2028 in aanmerking komt. Zij verzoekt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in ieder geval op te dragen het dossier van de aanvraag om bekostiging van een nieuwe school alvast voor te leggen aan de inspectie, zodat zij een advies kan opstellen dat de staatssecretaris bij zijn besluit kan betrekken. Als de afwijzingsgrond in bezwaar niet in stand blijft, zal namelijk alsnog het verplichte advies van de inspectie moeten worden gevraagd en de inspectie zal enige tijd nodig hebben om een advies uit te brengen. De volledige heroverweging zal daarom vertraging oplopen als wordt gewacht met het vragen van het advies van de inspectie.

3.       De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of de stichting een spoedeisend belang heeft bij haar verzoek. Een voorlopige voorziening kan namelijk alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is.

3.1.    Ingevolge artikel 75, derde lid, van de Wpo besluit de staatssecretaris voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op zijn besluit voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. De voorzieningenrechter stelt vast dat die termijn, blijkens de onweersproken toelichting van de staatssecretaris op de zitting, geldt voor het besluit op de aanvraag. De staatssecretaris heeft dit besluit al voor 1 juni genomen op 25 februari 2026. De stichting heeft daartegen op 25 maart 2026 bezwaar gemaakt. Het besluit op dat bezwaar hoeft niet voor 1 juni 2026 te zijn genomen en het is dus in bezwaar nog mogelijk dat de aanvraag van de stichting voor bekostiging voor het schooljaar 2027-2028 alsnog wordt ingewilligd. In die zin is er geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

3.2.    Omdat in bezwaar alsnog kan worden besloten tot bekostiging voor het schooljaar 2027-2028 komt dat doel niet in gevaar als de staatssecretaris de inspectie pas om advies vraagt als hij daartoe in het kader van de heroverweging in bezwaar aanleiding ziet. Daar is in bezwaar namelijk nog voldoende tijd voor. Ook in zoverre is er geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Als de bezwaarprocedure veel langer gaat duren dan toegestaan, kan de stichting bij de Afdeling beroep instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b, eerste lid, van de Awb en kan de Afdeling de staatssecretaris dwingen alsnog snel een besluit bekend te maken.

3.3.    De voorzieningenrechter leidt uit het voorgaande af dat de gevraagde voorziening niet noodzakelijk is om te voorkomen dat de school niet voor bekostiging in aanmerking kan komen voor het schooljaar 2027-2028.

3.4.    Op dit moment staat echter niet vast of de stichting voor het schooljaar 2027-2028 voor bekostiging in aanmerking komt. De voorzieningenrechter geeft de stichting in overweging om, in afwachting van de beslissing op haar bezwaar, voor de zekerheid de melding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, te doen, zodat de school eventueel per 1 augustus 2028 voor bekostiging in aanmerking kan worden gebracht.

4.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

5.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter

w.g. Van Loon
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026

284-1175

BIJLAGE

Wettelijk kader

Wet op het primair onderwijs

Artikel 74

1. Het bevoegd gezag dient bij Onze Minister een aanvraag in voor bekostiging van een openbare en een bijzondere school. Deze aanvraag vermeldt of het openbaar of bijzonder onderwijs betreft en wat de beoogde plaats van vestiging van de school is.

2. De aanvraag gaat vergezeld van:

a. een belangstellingsmeting als bedoeld in artikel 74a;

[…]

c. een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; […]

4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan de wijze waarop de aanvraag plaatsvindt en kan een model voor de aanvraag worden vastgesteld.

Artikel 75

1. De aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt ingediend voor 1 november. De inspectie adviseert Onze Minister of de aanvraag voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel b.

[…]

3. Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel a, juist en volledig is en besluit op basis van de aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste en tweede lid, en de voor de school geldende stichtingsnorm, bedoeld in artikel 76, eerste lid, voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. Indien Onze Minister de aanvraag op grond van de belangstellingsmeting en de voor de school geldende stichtingsnorm afwijst, blijft het advies van de inspectie, bedoeld in het eerste lid, achterwege.

Regeling voorzieningenplanning po 2021

Artikel 3

1. Het bevoegd gezag maakt melding van een voorgenomen aanvraag als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet, tussen 1 juni tot en met 30 juni in het kalenderjaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de wet.

[…]

Artikel 4

[…]

2. Uit het document, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel c, van de wet, blijkt dat de in dat lid bedoelde partijen zijn gevraagd om te overleggen over de aanvraag, waarbij de voorgestelde datum van het overleg dient te liggen in de periode van 15 september in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 14 september van het kalenderjaar van de aanvraag.

[…]


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon