Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.26.000684

Uitspraak BRS.26.000684

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2977
Datum uitspraak
28 mei 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 24 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.26.000684
ECLI:NL:RVS:2026:2977
Datum uitspraak: 28 mei 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 januari 2026 in zaken nrs. NL24.6883 en NL24.15999 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 24 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Bij uitspraak van 15 januari 2026 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 7 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 24 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.W.J.L. Loonen, advocaat in Sittard, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.        De eerste en tweede grief leiden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vraag over de gevolgen van verschillende taalversies van een bepaling van Unierecht heeft het Hof van Justitie al beantwoord in bijvoorbeeld het arrest van 12 november 1998, Institute of the Motor Industry, ECLI:EU:C:1998:536, punt 16. De vraag of de minister het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1836, onder 6.

1.1.        Uit de onder 1 genoemde rechtspraak volgt dat de opgeworpen vragen kunnen worden beantwoord aan de hand van de rechtspraak van het Hof. Gelet op de arresten van het Hof van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

1.2.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grieven geen vragen bevatten die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2.        De derde grief leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht getoetst of de minister gehouden is om op grond van artikel 28, vijfde lid, van het VEU, de uitvoering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming aan de Raad voor te leggen. Appellant betoogt dat de rechtbank aan de verkeerde bepaling heeft getoetst en dat zij juist aan artikel 78, derde lid, van het VWEU had moeten toetsen. Die bepaling is echter gericht tot de Europese Commissie en niet tot de lidstaten en bevat daarom geen verplichtingen voor de minister. De rechtbank heeft daarom terecht getoetst of de minister het Uitvoeringsbesluit 2022/382 vanwege ernstige moeilijkheden bij de uitvoering daarvan aan de Raad had moeten voorleggen.

2.1.        Uit het voorgaande volgt dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over het antwoord op de opgeworpen vraag. Gelet op de arresten Cilfit, punt 16, Consorzio Italian Management, punten 39 en 40, en Remling, punt 37, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

2.2.        Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3.        Wat appellant verder in zijn hogerberoepschrift heeft aangevoerd leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift in zoverre geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). Ook roept het hogerberoepschrift verder geen vragen op over de uitleg of de geldigheid van een bepaling van Unierecht (arrest Remling, punt 24).

4.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.

w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Trappen
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026

985


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon